|
|
In het begin van de achtste eeuw werd Gummarus in Emblem, nabij Lier (Belgie) geboren. Hij diende als ridder aan het hof van Pepijn III de Korte. Het huwelijk met zijn vrouw Grimmara was niet al te best. Tijdens zijn afwezigheid werden de dienstboden door haar mishandeld. Nadat Gummarus eens van een van de veldtochten thuis kwam vroeg hij de dienstboden om vergeving voor hetgeen geschied was. Hij verliet daarop zijn vrouw en trok zich terug als kluizenaar.
Later stichtte hij samen met Rumoldus van Mechelen een klooster nabij Lier. Nabij de kluizenaarscel in Lier liet Gummarus een kerkje bouwen.

Vele legenden hebben over hem de ronde gedaan en zijn op de dag van vandaag nog graag gehoord. Ooit genas hij een doofstomme van zijn kwalen. De jongeling kon weer horen en spreken maar het meest merkwaardige was wel dat hij ook Latijn sprak.
Een omgekapte boom kwam weer tot bloei met behulp van zijn gordel.
Op 11 oktober, rond het jaar 775 stierf Gummarus in het klooster te Lier.
Het feest van de heilige wordt gevierd op 11 oktober. In het Belgische Lier is het dan Sint-Gummaruskermis en wordt het reliekschrijn in plechtige processie door de stad gedragen.
Bron: Heiligen net
![]()
Zie ook de geschiedenis van dit zilveren beeld, dat in 1907 door de parochie is verkocht en in 2000 door het Frans Hals museum is aangekocht.
![]()
![]()
Tafrelen op de voet van het zilveren beeld van Gummarus:

Gummarus ontmoet boze eigenaar van omgehakte boom.
![]()

Gummarus heelt de omgehakte boom.