Naar startpagina
website landelijke kerk Klik voor
landelijke site
Logo
 

 

Kerkelijk jaar

 

De kerk richt de tijd in volgens een kalender van feest- en treurdagen.
Deze dagen zijn:

Klik op balk voor de inhoud.

Pasen is het hoogfeest bij uitstek; van het Paasfeest zijn alle feesten afgeleid en omgekeerd. In het Paasfeest culmineert de viering van alle zondagen. Iedere zondag, elke eerste dag der week staat immers in het teken van Christus' verrijzenis!

Aan Pasen gaat een tijd van veertig dagen bezinning vooraf: de veertigdaagse vasten waarin zes zondagen vallen. Het legt het accent op het naderend lijden van Christus, waaraan de mens deel moet hebben wil deze ooit de verrijzenis kunnen meevieren.

De laatste zondag voor Pasen heet Palmzondag.
Dan wordt in de kerk de intocht van Christus in Jeruzalem gehouden, waarbij de gelovigen palmen in de handen houden en instemmen met de heilsverwachting van Israël.

Dan volgt de Goede Week, waarvan de donderdag, Witte Donderdag, in het teken staat van het laatste avondmaal en de Goede Vrijdag het lijden en sterven van Christus toont. De Stille Zaterdag is de dag van de rust in het graf.

Op de avond begint het feest der feesten, de nacht, waarvan geschreven staat: de nacht is zo helder als de dag.
De Paasnacht is de meest symboolrijke viering die onze kerk kent, zo allesovertreffend dat wij haar hier nauwelijks kunnen beschrijven.
Eerst wordt het nieuwe vuur gezegend, want de droefheid om het sterven en de koude van het graf omvangt ons nog.
Dan wordt aan het nieuwe vuur de paaskaars aangestoken, een kaars van zeer grote afmetingen, versierd met een kruis en diverse symbolen.
De vlam wordt verdeeld en ook het eeuwige licht in de godslamp voor het altaar, dat na de dienst van Witte Donderdag evenals het licht in de kerk wordt gedoofd, wordt wederom ontstoken.
De paaskaars blijft aan de evangeliezijde van het altaar branden bij alle diensten in de tijd na Pasen, als teken van de verrezen Heer.
Na de lezing van het Evangelie op Hemelvaartsdag wordt de paaskaars gedoofd als symbool van de hemelvaart van Christus.

In de Paasnacht wordt ook het doopwater gewijd, omdat deze nacht de tijd voor het doopsel bij uitstek is. Oudtijds werden zij die zich op de doop voorbereidden, de doopleerlingen of catechumenen, gedurende de vastentijd stap voor stap toegeleid naar de voltrekking van hun wedergeboorte uit water en heilige Geest.
De aanwezige gedoopten hernieuwen (o.a.) door het uitspreken van de Apostolische geloofsbelijdenis hun doopgeloften. Uiteraard wordt in de Paasnacht de Eucharistie gevierd.

Het Paasfeest

Het Paasfeest duurt vijftig dagen, tot aan het Pinksterfeest. De tijd van vreugde duurt langer dan de tijd van inkeer en berouw.

Op de veertigste dag na Pasen gedenkt de kerk de Hemelvaart van haar Heer. Na de lezing van het Evangelie op deze dag wordt de paaskaars gedoofd als symbool van de hemelvaart van Christus.
Op het Pinksterfeest gedenkt de kerk de uitstorting van de heilige Geest. Door zijn Vertrooster te zenden blijft God ons nabij en dat is reden tot hoop.

Na Pinksteren wordt nog het feest van de Allerheiligste Drievuldigheid gevierd, de verkondiging van het mysterie, dat God de begrippen van enkelvoud en meervoud en daarmee de mogelijkheden en begrenzingen van ons verstand en gevoel oneindig overtreft.
Op de donderdag na dit feest gedenken wij nogmaals, maar nu in ongestoorde vreugd, zonder de overschaduwing van het naderend lijden van de Heer, de instelling van het heilig avondmaal. Deze dag wordt Heilige Sacramentsdag genoemd.

Dan breekt een tijd aan "zonder feesten", maar waarin enige vierdagen toch als heldere sterren oplichten.
Wij noemen er slechts enkele:

  • 5 juli - heilige Bonifatius met zijn metgezellen herdacht,
  • 22 juli - heilige Maria Magdalena,
    de vrouw aan wie Christus het eerst verscheen na de verrijzenis en die de oude kerk de "Apostelgelijke" noemt;
  • 6 augustus - het feest van de Gedaanteverandering van de Heer op de berg Thabor,
  • 15 augustus - de Gelukzalige Dood van de heilige Maagd Maria
    (de Oud-Katholieke kerk wijst de lichamelijke tenhemelopneming van Maria als dogma af),
  • 8 september - Maria's geboorte;
  • 1 november - het feest van Alle Heiligen en op de dag daarna,
  • 2 november - Allerzielen, zij die ons in de dood zijn voorgegaan en nu in Christus rusten, worden op die dag herdacht.
  • 7 november - de feestdag van de grote geloofsverkondiger in onze streken, Sint Willibrord, de patroon van de Nederlandse kerk.

De eerste zondag van de Advent, de voorbereiding op Kerstmis, markeert het begin van het kerkelijk jaar, doch eigenlijk is er geen sprake van een nieuw begin.
Het jaar des heils richt zich niet naar het kerkelijk jaar, het heeft geen einde, zoals het eeuwig leven geen einde kent en het heeft evenmin een begin, omdat God beginloos is. Er is geen tijd geweest, waarin Hij er niet was.
De Advent, hetgeen betekent "aankomst" van de Heer, leidt in vier zondagen toe naar Kerstmis, het meest populaire kerkelijke feest in West-Europa.

Toch is Kerstmis ondergeschikt aan Pasen en dat is in de loop van het kerkelijk jaar duidelijk te zien. Had Pasen een naviering van vijftig dagen, Kerstmis blijft, zoals de andere grote feesten, bij een naviering van acht dagen, het zogenaamde octaaf.

  • de Tweede Kerstdag is niet aan de kerstgedachte gewijd, maar aan de eerste die zijn leven moest geven om Christus' wil,
    de martelaar Stefanus
  • de volgende dag is die van Johannes de Evangelist en
  • op 28 december worden de kinderen herdacht die Herodes liet doden in Bethlehem, uit vrees voor de Messias.

In de kerstkring vindt ook Epifanie of Driekoningen een plaats en wel op 6 januari.
Dit feest is buitengewoon rijk aan thematiek, omdat na het midden van de vierde eeuw uitwisseling plaatsvond tussen het Oosten, dat toen de verschijning van Christus op 6 januari vierde en deze verbond met de doop in de Jordaan, en het Westen, dat het accent legde op het geboortefeest op 25 december.
Nu zien wij op deze dag drie thema's samenvloeien: de aanbidding van de wijzen uit het oosten, de doop van Christus in de Jordaan en het wonder van water en wijn op de bruiloft van Kana.

Op 2 februari valt het feest van de Opdracht van de Heer in de Tempel ook wel 'Maria Lichtmis' genaamd. Dan worden kaarsen gezegend en uitgereikt, om het licht te symboliseren "dat voor de volkeren straalt, en tot heerlijkheid van het volk van Israël".

Bij het vorderen van de tijd breekt het begin van de vastentijd weer aan.
Aswoensdag, de dag waarop de mens zijn sterfelijkheid gedenkt in een stemming van droefheid en berouw over zijn tekort. Ten teken daarvan bestrooien wij ons hoofd met as, "omdat wij stof zijn en tot stof zullen wederkeren".

Daarmee is de cirkel gesloten, want op dit laatste van een mensenleven, de dood, volgt de opstanding in Christus weer, het wordt wederom Pasen.
Zo gaat de kerk van heerlijkheid tot heerlijkheid en telkens weer voedt zij de gelovigen met het hemels brood, Christus' lichaam in de eucharistie.

 

Bron:
"De Oud-Katholieke Kerk van Nederland"
Uitgave (1979) Gooi en Sticht B.V. - Hilversum
- ISBN 90 304 01753

 

Zie ook: Eucharistie, hart van de eredienst.

Top pagina