12 Gebeden

 

 

Zie ook:
Eucharistie als hart van de eredienst

Indeling Eucharistieviering

 

 

 

OKK-Nederland

Site OKK-Nederland

De vieringen en de Liturgie

De 12 Eucharistische gebeden
uit het Oud-Katholieke Gebedenboek

In de Eucharistieviering heeft het Oud-Katholiek Kerkboek (uitgave 1993) de volgende 12 Eucharistische gebeden waaruit een keuze kan worden gemaakt.

Eucharistisch gebed 1

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.


Heilig  

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

U bidden wij dan, algoede Vader,
en wij smeken in ootmoed,
door Christus, uw Zoon, onze Heer,
dat Gij wilt aanvaarden en zegenen
deze gaven, die wij U brengen,
een heilig, zuiver offer.
Wij dragen het U op
voor uw heilige kerk:
wil haar vrede verlenen,
tot eenheid haar brengen
en besturen, waar ook ter wereld;
bewaar de gemeenschap met onze bisschop ...
en allen die in oprechtheid en trouw
het geloof van uw apostelen belijden.
Wees, Heer, gedachtig aan hen die U dienen ...

(Men bidt korte tijd voor de levenden die men gedenken wil.)

Gedenk ook allen hier tegenwoordig,
- hun geloof en hun toewijding zijn U bekend;
zij dragen U op dit offer van lof
voor zich en voor allen
die hun nabij zijn.
Verlos en bevrijd hen,
vervul hen met hoop
op heil en behoud voor eeuwig.
U brengen zij hun gaven,
U, eeuwige God van leven en waarheid,
in eerbied gedenkend
Maria, de maagd die bij U is verheerlijkt
als moeder van Christus,
onze God en Heer,
met uw heilige apostelen en martelaren:
Petrus en Paulus, Andreas,
Jakobus, Johannes,
Tomas, Jakobus,
Filippus, Bartolomeüs,
Matteüs, Simon en Taddeüs,
Maria Magdalena, de apostelgelijke,
de heilige Basilius en Chrysostomus,
Ambrosius en Augustinus,
Willibrordus en Bonifatius, Gregorius,
Martinus, Bavo, ...

(Hier kan de patroonheilige van de kerk worden genoemd of de heilige
wiens/wier feestdag gevierd wordt.)

en al uw heiligen.
Neem ook ons op in deze gemeenschap
en versterk ons door hun gebeden
in alles met uw hulp en bescherming.

Dit offer van ons, die U dienen,
van heel het volk, dat U behoort:
wij bidden U, Heer, neem het aan!
Beschik in uw vrede
de dagen van ons leven,
ontruk ons aan het eeuwig verderf
en tel ons bij hen die Gij uitkiest.
Wil, God, dit brood, deze beker
in alles dan zegenen,
aanvaarden, bekrachtigen,
van uw Geest vervullen
en U zo welgevallig maken
dat zij voor ons worden
het lichaam en het bloed
van uw geliefde Zoon,
onze Heer Jezus Christus,

die daags voor zijn lijden
het brood heeft genomen
in zijn heilige, eerbiedwaardige handen,
en die, met zijn ogen geheven tot U,
God, zijn almachtige Vader,
U dankzeggend het heeft gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen gereikt heeft
met de woorden:
Neemt, eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij, toen de maaltijd was gehouden,
ook deze kostelijke kelk;
en U dankzeggend heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:
Neemt en drinkt hieruit allen,
want dit is mijn bloed
van het nieuw en eeuwig verbond,
- een teken, te verstaan
voor hen die geloven -,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.
Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Daarom, Heer, gedenkend
het heilbrengend lijden
van Christus, uw Zoon, onze Heer,
zijn verrijzen uit het rijk van de dood
en zijn verhoging tot hemelse heerlijkheid,
brengen wij die uw dienaren zijn,
alsook het volk U geheiligd,
aan uw verheven Majesteit
van wat Gij ons zelf in handen hebt gelegd
een zuiver offer,
een heilig offer,
een offer zonder smet:
dit brood van leven zonder eind,
deze kelk, onze redding in eeuwigheid.

Zie genadig, God,
met uw Aanschijn van licht
op deze, uw kostbare gaven;
aanvaard ze thans, als voorheen,
toen Gij in genade aanvaard hebt
de giften van Abel, uw knecht, de gerechte,
het offer van onze aartsvader Abraham,
en ook hetgeen U heeft opgedragen
Melchisedek, uw hogepriester:
een heilig offer, brood en wijn,
een onbevlekte gave.

Ootmoedig smeken wij U,
God van de hemelse machten:
gebied uw heilige engel
dit offer op handen te dragen
tot de troon van uw goddelijke Majesteit,
te brengen op uw Altaar in den hoge.
En ons, met hoevelen wij zijn
die deelhebben aan dat Altaar
en die het hoogheilig lichaam en bloed
van uw Zoon zullen ontvangen:
laat ons door U gezegend zijn
met alle hemelse zegen
om van uw genade te worden vervuld.

Gedenk, Heer, ook
wie U hebben gediend;
zij zijn ons voorgegaan
met het teken van het geloof
om de rust en de vrede te vinden bij U.

Men bidt korte tijd voor de overledenen die men wil gedenken.

Wij smeken U, Heer,
geef aan hen
en aan allen die in Christus zijn ontslapen
de plaats van verkwikking,
van licht en van vrede.

En laat ook ons toe, Heer, tot uw heiligen;
wij mogen, hoezeer onwaardig,
nochtans U dienen en hopen op U,
- uw goedheid kent immers geen einde!
Behandel ons niet zoals wij verdienen,
maar verleen ons uit louter genade
in hun gemeenschap te delen.

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon;
door hem en met hem en in hem
is aan U, God, almachtige Vader
in de eenheid van de heilige Geest
alle eer en heerlijkheid
in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 2

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

In plaats van onderstaande PREFATIE kan ook een andere worden gekozen in overeenstemming met de tijd van het kerkelijk jaar.

Ja, van harte brengen wij U
steeds weer onze dank,
Heer, heilige Vader, almachtige, eeuwige God,
die waardig zijt de heerlijkheid,
glorie en macht te ontvangen.

Want hemel en aarde en al wat er is,
zichtbaar en onzichtbaar,
hebt Gij door uw Woord geschapen.
Als kroon op uw schepping
hebt Gij de mens naar uw gelijkenis gemaakt
en hem wonderbaar deel
aan uw grootheid gegeven.

U danken wij,
dat uw goedertierenheid over ons is
bij dag en bij nacht
en dat Gij met ons wilt zijn
op al onze wegen.

Gezegend zijt Gij om alles
wat Gij ons
in uw grote barmhartigheid gedaan hebt;
van geslacht tot geslacht reikt uw ontferming.
Gij hebt in onze aartsvader Abraham
de belofte van uw heil geschonken,
Gij hebt U ontfermd
over Israël, uw dienstknecht.

In uw profeten hebt Gij tot ons gesproken;
Gij hebt uw volk bezocht
en zijn verlossing aangezegd.
En uw belofte vervullend
zond Gij ons uw geliefde Zoon,
Jezus de Christus,
onze Verlosser en Heiland.

Door hem verheerlijken en loven wij U
met al uw hemelse krachten
en met al uw uitverkorenen
die rondom uw troon staan,
in diepe eerbied belijdend:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Gezegend zijt Gij,
Heer van alle heerlijkheid
en Koning der eeuwige glorie,
door Jezus Christus, uw eniggeboren Zoon.

In hem is uw Woord vlees geworden
en is de volheid van uw genade
luisterrijk verschenen.
In alles heeft hij uw wil volbracht
en uw Naam verheerlijkt.

Hij heeft ons uw koninkrijk verkondigd
en de macht der duisternis
voor ons verbroken.
Onze schulden heeft hij op zich genomen,
hij heeft ons met U verzoend
en het nieuwe paradijs
voor ons ontsloten.
Als de weg, de waarheid en het leven
heeft hij ons uw liefde geopenbaard.
Hij is U daarin gehoorzaam geweest
tot het uiterste toe,
ja, tot aan het kruis,
om door zijn dood de dood te vernietigen
en door zijn verrijzen
ons leven te herstellen.

Op de avond, dat hij zichzelf vrijwillig overleverde
nam hij het brood in zijn handen
en zijn ogen opgeslagen naar U,
zijn hemelse Vader,
heeft hij het, U dankzeggend, gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld
met de woorden:
Neemt, eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker
en U dankzeggend heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven
met de woorden:
Drinkt allen hieruit.
Dit is mijn bloed
van het nieuwe verbond,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.
Daarom, Heer, gedenkend
zijn heilbrengend lijden,
zijn glorierijke verrijzenis
en zijn verheffing aan uw rechterhand,
en uitziende naar zijn komst vol majesteit,
stellen wij hier dit teken
van ons geloof in hem
die U het volmaakte offer gebracht heeft
en een eeuwige verlossing
voor ons heeft verworven.
Zend dan, bidden wij,
uw heilige Geest,
de gever van alle leven en heiliging,
over ons en deze, uw gaven:
brood en wijn van eeuwig leven,
en neem ze uit onze handen aan
als een U welgevallig offer,
waarmee wij onszelf aan U aanbieden,
opdat het brood, dat wij breken,
gemeenschap is met het lichaam van uw Zoon
en de drinkbeker, die wij zegenen,
gemeenschap met zijn bloed.

Geef, dat allen,
die deelnemen aan uw hemels Altaar,
altijd verenigd blijven met U,
te zamen met al uw heiligen en uitverkorenen,
met uw gezegende en roemwaardige dienstmaagd,
Maria, de moeder van onze Heer,
(met ...., wiens/wier gedachtenis
wij heden vieren),
met uw profeten en apostelen,
met uw martelaars en belijders
en met allen, die in uw koninkrijk
lofprijzend en biddend
staan rondom uw troon.

Als de volgende gedachtenissen voor overledenen en levenden bij de voorbeden hebben plaats gehad, kunnen zij hier achterwege blijven.

Schenk, Heer, ook deel in uw heerlijkheid
aan de ontslapenen,
die ieder van ons voor U wil gedenken.
Men bidt korte tijd voor de overledenen die men persoonlijk gedenken wil.
Handel met hen en met allen
naar uw goedertierenheid
en laat het eeuwig licht over hen stralen.
Gedenk ook uw dienaren en dienaressen op aarde,
voor wie wij uw barmhartigheid inroepen.
Men bidt korte tijd voor de levenden die men wil gedenken.

Wanneer de bovenstaande gedachtenissen zijn overgeslagen vervolgt de priester hier het eucharistisch gebed:

Zegen uw kerk over heel de wereld
en verleen haar eenheid en vrede.
Vernieuw de aarde naar uw belofte,
gedenk alle volkeren
en geef dat alle mensen
U mogen danken en verheerlijken
en uw heilige Naam lofprijzen.

Door uw geliefde Zoon,
onze Heer Jezus de Christus,
met wie en in wie
U, almachtige Vader,
in de gemeenschap van de heilige Geest
alle eer en heerlijkheid,
macht en glorie toekomt,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 3

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Gezegend zijt Gij,
God en Vader van onze Heer Jezus Christus,
Vader der barmhartigheid en God van alle vertroosting.
Want zo lief hebt Gij de wereld gehad,
dat Gij uw eniggeboren Zoon gegeven hebt,
opdat allen die in hem geloven
niet verloren zouden gaan,
maar het eeuwige leven hebben.

Om uw heilsdaden voor altijd te doen gedenken
nam hij op de avond
dat hij zichzelf vrijwillig overleverde
het brood in zijn handen
en zijn ogen opgeslagen naar U,
zijn hemelse Vader,
heeft hij het, U dankzeggend, gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld
met de woorden:
Neemt, eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker
en U dankzeggend heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:
Drinkt allen hieruit.
Dit is mijn bloed
van het nieuwe verbond,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Daarom gedenken wij voor U, die Vader zijt,
de menswording van uw Zoon,
zijn woorden en zijn tekenen,
hoe hij de minste van de mensen werd,
gehoorzaam tot de dood aan het kruis
en hoe hij verrezen is in heerlijkheid.
Gij hebt hem hoog verheven
en hem de Naam verleend die boven alle namen is,
opdat in de hemel, op de aarde en daarbeneden
zich iedere knie zou buigen
en elke tong belijden:

Jezus Christus is Heer,
tot glorie van God de Vader!


Wij brengen onder lof en dank voor uw Aanschijn
deze tekenen van het offer dat hij gebracht heeft.
Wij bidden U:
zend uw heilige Geest
en vervul deze gaven
met de kracht van hem die het leven geeft,
opdat zij ons worden het lichaam en het bloed
van uw geliefde Zoon:
het brood dat wij breken
zij ons gemeenschap met het lichaam van de Heer
en de drinkbeker die wij zegenen
gemeenschap met het bloed
van onze Heer Jezus de Christus.

Maak ons tot één lichaam,
daar wij delen in het ene brood.

In gemeenschap met Maria,
de moeder van onze Heer,
met uw apostelen en martelaren,
met onze heilige vader Willibrordus
en met al uw heiligen,
en in verbondenheid met ..., onze bisschop
en alle bisschoppen, priesters en diakenen
en met heel uw heilige kerk
loven en prijzen wij U,
hoopvol wachtend op de komst
van uw geliefde Zoon,
onze Heer Jezus de Christus.

Door hem en met hem en in hem
is aan U, God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest
alle eer en heerlijkheid
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 4

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.

Heilig  

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Ja, Gij, Heer, zijt de heilige
en U looft heel uw schepping,
want Gij geeft al wat leeft
de adem van het leven
en heiligt het tot uw rijk
en Gij laat niet af te vergaderen
uw volk van de einden der aarde.
Vanwaar de zon opgaat
tot waar zij neerdaalt
wordt aan uw Naam
de lof geofferd
door hem die onze meester is,
Jezus Messias uw Zoon,
in wie de kracht zich baan breekt
van uw scheppende heilige Geest.
Zo bidden wij en smeken:
neem deze gaven aan,
wij staan ze aan uw tafel af,
heilig ze door uw Geest
om lichaam en bloed te worden
van onze Heer,
op wiens gezag
wij deze geheimen behartigen.

Want hij nam in de nacht
dat hij werd overgeleverd
het brood en sprak de dankzegging
U zegenend
en brak het
en gaf het aan zijn discipelen en zei:
Neemt en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Insgelijks na de maaltijd
nam hij de beker
en dankzeggende zegende hij
en gaf die aan zijn discipelen
zeggend:
Neemt deze beker
en drinkt hier allen uit,
want dit is de beker
van het nieuwe altijddurende verbond,
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om mij te gedenken.

Dit is het sacrament van het geloof.

Daarom, o Heer, indachtig
het heilzame lijden van uw Zoon
en zijn verrijzenis
en opstanding ten hemel,
maar ook in de verwachting
van zijn komst,
brengen wij voor U onze dank
en dragen wij U op
dit levende heilige offer.

Zie neer, zo smeken wij,
op deze gaven
van uw gemeente
en neem het offer aan
van hem in wie
Gij welbehagen hebt,
geef dat wij door
het lichaam en bloed van uw Zoon
vol van de heilige
adem des levens
één lichaam worden
en één geest
in Christus.

Hij moge ons maken tot
een eeuwige gave aan U,
opdat wij met
uw uitverkorenen
het land van uw erfdeel
tegemoet gaan
te zamen met
de jonkvrouw Sion,
Maria, de moeder van onze Heer,
met uw apostelen
en met de martelaren
die tot uw eer
getuigden met hun bloed
en met al de heiligen
van wie
het onophoudelijk gebed
tot onze hulp gereed is.
Moge het offer van uw Zoon,
zo bidden wïj,
tot onze verzoening zijn,
o Heer, en tot
de vrede en het heil
van heel de wereld.

Bevestig uw kerk
die in ballingschap is
zolang de wereld duurt
en maak haar één
in liefde en geloof
te zamen met ..., onze bisschop
en met geheel
de saamhorige kring
van allen die U dienen.
Haast U, o Heer,
tot de hulp
van deze gemeenschap,
die Gij geroepen hebt
om voor uw Aangezicht te staan,
verenig al
uw verstrooide kinderen
in uw ontferming,
o Vader barmhartig.

En laat onze broeders en zusters
die ons zijn voorgegaan,
hen allen die uit deze wereld
zijn overgegaan naar uw rijk,
- het aangezicht tegemoet van uw Messias -,
binnengaan, bidden wij,
waar ook wij hopen
eens en voor al
te worden verzadigd
met uw heerlijkheid,
door Christus, onze Heer,
in wie Gij de wereld
rijkelijk schenken wilt
alles wat goed is.

Door hem en met hem en in hem
zal uw Naam geprezen zijn,
Heer onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu
en tot in eeuwigheid.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 5

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Waardig is het dat ieders mond U verheerlijkt,
dat elke tong U belijdt en dankt,
U hulde brengt en uw Naam aanbidt,
Vader, Zoon en heilige Geest.
Uit liefde hebt Gij alles geschapen,
de wereld en wie haar bewonen;
door uw ontferming hebt Gij de mensen verlost
en grote goedertierenheid aan stervelingen bewezen.
Uw majesteit, Heer,
eren duizend maal duizend machten
en tienduizend maal tienduizend engelen,
de legerscharen in de hemelen,
uw dienaren, die vuur zijn en geest.
Met de cherubijnen en de zalige serafijnen
verheerlijken zij uw Naam;
zij zingen en loven U,
nimmer zwijgend,
zij roepen tot elkaar en zeggen:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Met al deze hemelse scharen,
Heer, brengen ook wij
U onze dank.
Al zijn wij maar zwakke en kleine mensen,
Gij hebt in ons genade bewerkt
die U nimmer kan worden vergolden:
hebt Gij U niet zelf
met ons menszijn bekleed
om ons door uw godheid
tot leven te wekken?

Gij hebt ons doen opstaan uit onze vernedering,
ons opgericht uit onze val,
ons sterfelijk wezen hebt Gij doen verrijzen,
Gij hebt onze zonden uitgewist,
onze onschuld hersteld,
ons kennen verlicht.
De machten van het dodenrijk,
Heer onze God,
hebt Gij voor ons verslagen,
onze lage staat hebt Gij verhoogd,
aan onze broze natuur de overwinning geschonken
door de rijkdom van uw genade.

Voor dit alles,
voor uw hulp en uw goedheid,
voor al wat Gij aan ons gedaan hebt,
brengen wij U lof en eer,
dank en aanbidding.

Gedenk, Heer, in uw onuitsprekelijke barmhartigheid
allen die leefden uit geloof,
de rechtvaardigen ons voorgegaan:
zij hebben U alle tijden door behaagd
bij het vieren van de gedachtenis
van het lichaam en bloed van uw Gezalfde,
dat ook wij U aanbieden,
zoals zij deden,
op het zuiver en hemels Altaar,
zoals Gij zelf ons hebt geleerd.

Want daags voor zijn vrijwillig lijden en sterven
heeft uw Zoon,
onze Heer Jezus Christus,
het brood in zijn handen genomen
en zijn ogen opgeslagen naar U,
zijn hemelse Vader;
hij heeft het, U dankzeggend, gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden;
Neemt, eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker
en U dankzeggend heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:
Drinkt allen hieruit.
Dit is mijn bloed
van het nieuwe verbond,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Ook wij, Heer,
die Gij hebt samengebracht,
die hier bijeen zijn in uw Naam
om te doen wat uw Zoon ons heeft voorgedaan,
wij mogen met blijdschap gedenken,
vereren, verheffen,
lofprijzen en vieren
dit groot en ontzagwekkend geheim
van het lijden, het sterven en verrijzen
van onze Heer Jezus de Christus.
Zend, Heer, uw heilige Geest,
dat zij moge rusten op dit offer van uw volk,
om het te zegenen en te heiligen,
opdat het ons wordt
tot teken van verzoening,
tot hoop op verrijzen uit de doden,
tot nieuw leven in het rijk van de hemelen
met alle mensen van uw welbehagen.

Voor heel uw wonderbare beschikking,
voor alle goeds aan ons bewezen,
brengen wij U onze dank;
wij verheerlijken U voor eeuwig
in uw kerk die Gij hebt verlost
door het kostbaar bloed van uw Gezalfde,
en brengen glorie, lof en eer
aan uw levende, heilige Naam,
die altijd alle leven schenkt,
vandaag en alle dagen
en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 6

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja, het is goed en rechtvaardig
dat wij U prijzen, genadige God,
want Gij hebt alles geschapen.
Gij hebt ons gevormd naar uw beeld en gelijkenis
en ons deze aarde toevertrouwd.
Al keerden wij ons in zonde van U af,
Gij hield niet op ons lief te hebben,
maar opende een weg tot redding voor alle mensen.
Gij bevestigde uw trouw aan Noach,
aan Abraham en Sara hebt Gij de belofte gegeven
in hen alle volken te zegenen.
Door Mozes hebt Gij uw volk
uit het slavenhuis naar de vrijheid geleid.
Gij sloot een verbond met Israël,
de belofte van uw heil hernieuwde Gij door uw profeten.
Daarom, met uw heiligen van alle tijden
brengen wij U dank en wij verheffen onze stem
om de heerlijkheid van uw Naam te verkondigen:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Heilige God, bron van leven en goedheid,
heel de Schepping moet U wel prijzen.
In de volheid van de tijd zond Gij uw Zoon,
Jezus de Christus,
om ons menszijn te delen,
als één van ons te leven en te sterven
en ons met U te verzoenen,
God en Vader van alle mensen.

Hij genas zieken,
at en dronk met uitgestotenen en zondaars.
Hij opende de ogen van blinden
en verkondigde het goede nieuws van uw koninkrijk
aan armen en mensen in nood.
In alles volbracht hij uw wil.

Op de avond, dat hij zichzelf vrijwillig overleverde
nam hij het brood in zijn handen
en zijn ogen opgeslagen naar U,
zijn hemelse Vader,
heeft hij het, U dankzeggend, gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld
met de woorden;
Neemt, eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker
en U dankzeggend heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:
Drinkt allen hieruit.
Dit is mijn bloed
van het nieuwe verbond,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Genadige God,
het volmaakte offer dat hij gebracht heeft
vernietigt de macht van zonde en dood;
door hem tot leven te wekken
geeft Gij ons deel aan het eeuwige leven.

Daarom verkondigen wij het geheim van het geloof:

Christus is gestorven,
Christus is verrezen,
Christus zal wederkomen!

Gedenkend zijn dood,
verkondigend zijn verrijzenis
en uitziend naar zijn wederkomst in heerlijkheid
dragen wij U op dit brood en deze beker.

Zend uw heilige Geest
over ons en deze gaven,
opdat allen die eten en drinken aan uw tafel
mogen worden tot één lichaam,
één heilig volk,
een levend offer
in Jezus Christus, onze Heer.

Door hem en met hem en in hem
zal uw Naam geprezen zijn,
Heer onze God,
almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest
nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 7

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Wij danken U,
Heer, God almachtig,
voor deze wereld
die Gij ons gegeven hebt.
Wij zegenen U
om ons leven
dat komt van U;
in uw handen
draagt Gij ons bestaan.

Gij hebt ons tot leven geroepen
om van U te houden
met heel ons hart
en onze naaste lief te hebben
als onszelf.
Hierin komen wij te kort
door het kwade
dat wij steeds weer doen.

In Jezus, uw Zoon,
hebt Gij redding gebracht
aan deze wereld;
in hem brengt Gij ons samen
tot één gezin.

Daarom, met allen
die U dienen
in hemel en op aarde
zegenen wij uw Naam en zeggen:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Wij danken U,
goede Vader,
dat Gij Jezus, uw Zoon,
naar ons toe hebt gezonden.
Hij heeft ons laten zien
hoeveel Gij om ons geeft
en wat Gij van ons vraagt.
Wat hij kon doen
heeft hij gedaan
voor armen en hongerigen,
voor zieken en uitgestotenen.

Toen hij verraden en verlaten was
sloeg hij niet terug;
door liefde overwon hij de haat.

Op het kruis
heeft hij de macht
van kwaad en dood gebroken.
Door hem uit de dood te doen opstaan
hebt Gij ons de kracht van uw liefde getoond
en nieuw leven gebracht
voor alle mensen.

In de nacht
voordat hij zijn leven voor ons gaf
nam Jezus,
bij de maaltijd met zijn vrienden,
het brood in zijn handen
en U dankzeggend
heeft hij het gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen gegeven
met de woorden:
Neemt, eet,
dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker
en U dankzeggend
heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven
met de woorden:
Drinkt allen hieruit.
Dit is mijn bloed
van het nieuwe verbond,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Daarom, Heer God,
vieren wij met dit brood en deze wijn
het sterven en verrijzen
van Jezus, uw Zoon,
en met hem vertrouwen wij
onszelf aan U toe.

Zend uw heilige Geest
over ons en deze gaven,
opdat wij bij het breken van dit brood
mogen weten dat hij aanwezig is:
Jezus de Christus,
die ons doet delen
in de gemeenschap
van uw kinderen.

Hemelse Vader,
wij zijn door U geroepen
tot dienstbaarheid
aan U en aan de mensen.

Geef, dat het geloof,
de hoop
en de liefde van Jezus
ons hart vervullen,
en laat alle mensen
in vreugde en vrede samenkomen
rondom uw tafel
en uitzien naar uw koninkrijk.

Dan zal uw Naam geprezen zijn,
God, almachtige Vader,
door Jezus Christus, onze Heer,
in de gemeenschap van de heilige Geest
vandaag en alle dagen
tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 8

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.

Heilig  

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

U, die waarlijk heilig zijt,
van alle heiligheid de bron,
wij bidden U, o Heer:
heilig dit brood en deze beker
en zend over deze gaven uw Geest,
dat zij voor ons worden
het lichaam en bloed
van Jezus Messias, onze Heer,

die op de avond
dat hij zichzelf vrijwillig overleverde
het brood in zijn handen heeft genomen
en zijn ogen opgeslagen naar U,
zijn hemelse Vader,
U dankzeggend,
het heeft gezegend,
het gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld
met de woorden:
Neemt, eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker
en U dankzeggend heeft hij die gezegend
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:
Drinkt allen hieruit.
Dit is mijn bloed
van het nieuwe verbond,
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet,
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Voor U gedenkend, Heer,
het sterven en verrijzen van uw Zoon,
offeren wij U
het brood van het leven,
de kelk van het heil;
wij zeggen U dank,
dat Gij ons hebt verkoren
om U hier te dienen,
waar Gij aanwezig zijt.

In ootmoed bidden wij U
dat Gij door uw heilige Geest
tot één lichaam ons wilt verenen
die delen in Christus' lichaam en bloed.

Gedenk, Heer, uw kerk,
over de aarde verspreid;
maak haar groot in uw liefde.

Wees gedachtig aan onze broeders en zusters
die in hoop op verrijzen
reeds zijn ontslapen;
ontvang met allen
die uit dit leven zijn heengegaan
ook hen in het licht waar Gij woont.

En ook voor onszelf
vragen wij uw genade:
geef dat met uw dienstmaagd Maria,
met uw apostelen
en uw heiligen,
met hen die door alle tijden
mensen van uw welbehagen waren,
ook wij uw lof mogen zingen,

door uw geliefde Zoon,
onze Heer Jezus de Christus,
met wie en in wie
U, almachtige Vader
in de gemeenschap van de heilige Geest
alle eer en heerlijkheid,
macht en glorie toekomt,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 9

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

God, onze Vader,
wij danken U met heel ons hart:
U hebt ons tot leven geroepen,
U hebt ons bestemd voor het geluk
in Jezus, uw Zoon, onze Heer.
In hem zien wij uw goedheid
en uw wil om ons allen te redden.
Hij is het verlossende woord,
uw helpende hand.
Wij kunnen niet vergeten
hoe hij één werd met ons
in lijden en dood,
één bleef met U in overgave aan uw wil.
Onze last maakte hij tot de zijne, 
zijn trouw werd de onze.
Blijvend zijn wij U dank verschuldigd
om hem.

Toen het paasfeest op handen was
kwam zijn uur.
Hij had de zijnen in de wereld bemind;
nu gaf hij hun een bewijs
van zijn liefde tot het uiterste toe.
In het bewustzijn
dat hij van U was uitgegaan
en naar U terugkeerde
nam hij brood in zijn handen,
hij sloeg zijn ogen op naar U,
God, zijn almachtige Vader.
Hij bracht U dank,
zegende het brood, brak het
en gaf het aan zijn leerlingen
met de woorden:
Neemt en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij ook na de maaltijd
de beker in zijn handen.
Hij bracht U opnieuw dank,
zegende de beker
en gaf hem aan zijn leerlingen
met de woorden:
Neemt deze beker
en drinkt hier allen uit,
want dit is de beker
van het nieuwe altijddurende verbond,
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen
wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om mij te gedenken.

Trouw aan dit woord
gedenken wij Jezus Christus,
uw Zoon, onze Heer,
zijn overgave in lijden en dood,
de overwinning van zijn verrijzenis,
de glorie van zijn hemelvaart.
Vol vertrouwen zien wij uit
naar zijn wederkomst in heerlijkheid.
Zend nu, Vader,
de trooster en helper in ons midden,
uw heilige Geest.
Aanvaard door hem deze gaven
en vervul ze van uw leven.
Wek de gezindheid van Jezus Christus
in ons hart.
Sterk ons vertrouwen,
verruim onze liefde
Raak ons met het vuur van uw Geest
en breng ons elkaar nabij.

Vrijmoedig in deze Geest
bidden wij, U, Vader, voor uw kerk.
Bescherm haar en leid haar;
geef haar vrede en eenheid
over de hele wereld.
Geef wijsheid en kracht
aan onze bisschop en aan allen
die U als herders
in uw kerk hebt aangesteld.
Gedenk in uw goedheid ook de mensen
die een bijzondere plaats innemen
in ons hart
en blijf trouw aan allen
die door de dood
van ons zijn heengegaan.

Samen met heel uw volk,
met Maria, de moeder van de Heer,
met de apostelen,
martelaren en al uw heiligen,
samen ook met allen ter wereld
die op U hun vertrouwen hebben gesteld,
vragen wij om uw barmhartigheid,
erkennen wij uw grootheid
en brengen wij U onze dank
door Christus, onze Heer.

Door hem, met hem en in hem
is aan U, God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest
alle eer en glorie
door alle eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 10

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Wij danken U,
dat Gij een God van mensen zijt,
dat wij U mogen noemen
onze God en onze Vader,
dat onze toekomst in uw handen ligt,
dat deze wereld U ter harte gaat.

Geroepen hebt Gij,
en onze doofheid doorbroken,
Gij zijt opgedaagd in onze duisternis,
uw licht heeft ons de ogen geopend,
Gij hebt ons ten goede gekeerd
en ons tot leven gewekt.

Gezegend zijt Gij,
de bron van al wat bestaat; wij dorsten naar U,
omdat Gij zelf ons dorstig hebt gemaakt.
Onrustig is ons hart,
tot wij in U geborgen zijn,
met Jezus Christus, onze Heer.

Met allen
die ons in geloof zijn voorgegaan
huldigen wij uw Naam,
Heer onze God.
Gij, onze hoop,
wij danken U vol vreugde,
en aanbidden U met de woorden:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Wij danken U
omwille van uw veelgeliefde Zoon
die gij geroepen en gezonden hebt
om ons te dienen en te verlichten,
om aan armen
uw koninkrijk te brengen,
om aan gevangenen
verlossing te melden,
om voor ons allen en voorgoed
het evenbeeld te zijn en de gestalte
van uw mildheid en uw trouw.

Wij danken U
voor deze onvergetelijke mens
die alles heeft volbracht
wat menselijk is,
ons leven, onze dood -
wij danken U
dat hij zich met hart en ziel
gegeven heeft aan deze wereld.

Want in de nacht
waarin hij werd overgeleverd,
heeft hij het brood
in zijn handen genomen.
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God, zijn almachtige Vader,
hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en het aan zijn vrienden uitgedeeld
met de woorden:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit tot mijn gedachtenis.

Zo nam hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
Deze beker is het nieuwe verbond
in mijn bloed,
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.

Telkens als gij deze beker drinkt
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren
totdat hij komt.


Daarom, Heer onze God,
stellen wij hier dit teken van ons geloof,
en daarom gedenken wij nu
het lijden en sterven van uw Zoon,
zijn opstanding uit de dood,
zijn intocht in uw heerlijkheid;
dat hij,
verheven aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt,
en dat hij komen zal
om recht te doen
aan levenden en doden,
op de dag die Gij hebt vastgesteld.

Zend ons uw geest,
die leven is, gerechtigheid en licht.
O God,
die wil het welzijn van de mensen
en niet hun ongeluk
en niet de dood,
neem weg uit ons midden
alle geweld,
beteugel de drift waarmee wij
elkaar naar het leven staan.
Geef vrede op aarde
uit kracht van Jezus
uw Zoon in ons midden,
dat bidden en smeken wij U.

Dan zal uw Naam geheiligd zijn,
door hem, met hem en in hem,
op aarde overal
en hier en nu
in eeuwigheid.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 11

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.

Heilig

Heilig, heilig, heilig is de Heer,
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt
in de Naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Tot U verheffen wij ons hart,
tot U, allerhoogste, heilige God.
Wij brengen U dank,
aanvaard deze woorden,
wil ons bewaren,
hoor ons gebed.

Gij die ons komt bevrijden,
die ruimte maakt voor mensen,
en het licht van de zon
doet opgaan over goeden en kwaden,
Gij hebt ons de aarde in handen gegeven,
Gij hebt ons geschapen, man en vrouw,
mens en mens, schouder aan schouder,
om te leven in zorg en moeite,
in leed en liefde naar U toe.

Gezegend zijt Gij,
de God van de machten,
en gezegend is hij
die komt in uw Naam,
Jezus Christus, uw Zoon in deze wereld,
die onze herder is tot in de dood,
die ons voorbeeld is, van dag tot dag,
opdat wij doen wat hij gedaan heeft,
opdat wij nieuwe mensen worden,
brood en vrede voor elkaar.

Wij danken U omwille van hem
die in de nacht voor zijn lijden en dood
alles volbracht heeft, liefde geworden is,
die ons brood
in zijn hand heeft genomen
en het gebroken heeft,
en aan zijn vrienden uitgedeeld
met de woorden:
Neemt en eet, mijn lichaam voor u,
doet dit tot mijn gedachtenis.

En zo nam hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u allen wordt vergoten
tot vergeving van uw zonden.

Telkens als gij hiervan drinkt
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Daarom zijn wij, door U geroepen
en door uw evangelie geraakt,
tot hier gekomen, Heer onze God.
Daarom stellen wij dit teken
van ons geloof:
verkondigen zijn dood
totdat hij komt,
en getuigen van zijn leven:
dat hij is opgewekt door U,
eerstgeborene, nieuwe schepping,
in U verheerlijkt,
in U verborgen.
Laat ons nu delen in zijn leven,
zend uw Geest over ons uit,
houd ons gaande, God, geef ons hoop,
laat het toch zichtbaar zijn in uw kerk
dat Gij niet zijt een God van doden,
en beschaam ons vertrouwen niet,
wees geloofwaardig,
geef ons de vrede.

Door Jezus Christus,
met hem en in hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren

Eucharistisch gebed 12

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Wij danken U, grote, barmhartige God
en wij prijzen U door onze Heer Jezus Christus,
want al wat bestaat hebt Gij geschapen,
de hemel, de aarde, heel het leger van lichtende sterren.
Gij maakte de maan voor de vaste tijden,
de zon weet wanneer zij moet dalen.

Gij doet voor het vee het gras ontkiemen
en gewas dat de mens moet bewerken
om brood uit de grond te winnen
en wijn, die het mensenhart vreugde brengt.

Hoe talrijk zijn uw werken, o Heer,
en alles hebt Gij gemaakt met wijsheid;
de aarde is vol van uw rijkdom.

Daarom loven en prijzen wij U
met alles wat Gij gemaakt hebt
en stemmen in met de lofzang
die uit de mond van engelen weerklinkt
waar in het hemels licht uw woning is:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God van de machten.
Vol zijn hemel en aarde
van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.

Wij prijzen U, algoede Vader,
want Gij bewaart uw schepping door de tijden.
Uw liefde houdt de mens in leven,
al werd hij U ongehoorzaam
en volgde hij zijn eigen wegen.
Toch hebt Gij hem aan de dood niet prijsgegeven,
maar Gij hebt uw eigen Zoon gezonden:
hij kwam om de wereld te redden.

Gezegend hij die komt
in de Naam van de Heer,
Hosanna in den hoge.


De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed.

Gezegend is hij die komt in uw Naam,
onze Heer en Heiland Jezus Christus.
Het werk van uw liefde heeft hij aan ons volbracht,
hij nam ons aan als de zijnen,
voor wie hij zijn leven wilde geven.
Van schuld en angst heeft hij ons bevrijd,
hij schenkt ons vreugde en vernieuwt ons leven.
Zijn dood en verrijzenis vieren wij,
zoals hij ons heeft opgedragen,
totdat hij wederkomt in heerlijkheid.

Want toen hij met zijn vrienden maaltijd hield,
heeft hij het brood genomen,
hij sloeg zijn ogen op naar U, God, zijn hemelse Vader,
hij bracht U dank,
brak het brood en zei:
Neemt en eet, dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker,
hij bracht U nogmaals dank en sprak
Neemt en drinkt hieruit allen,
dit is de beker van het nieuw en eeuwig verbond,
mijn bloed, dat voor u en voor velen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Doet dit om mij te gedenken,
totdat ik van de vrucht van de wijnstok
nieuw met u drinken zal
in het Koninkrijk van mijn Vader.

Daarom brengen wij dit brood
en deze beker
voor uw Aangezicht
en vieren wij de gedachtenis van uw Zoon,
zijn leven, zijn sterven en verrijzen.

De dood van de Heer verkondigen wij
en zijn verrijzenis belijden wij,
tot hij komt in heerlijkheid.


Wij bidden U, hemelse Vader:
zend uw heilige Geest
over ons en deze gaven:
het brood van het leven,
de beker van bevrijding,
het lichaam en bloed van uw Zoon Jezus Christus.
Vervul ons en allen die te gast zijn aan uw tafel
met de kracht van uw Geest die levend maakt,
versterk ons in de gemeenschap
met uw Zoon en met elkander
en breng ons thuis in het land van uw belofte.

Verhoor, Heer, ons gebed
en voleindig de hele schepping,
opdat alles was leeft U prijst
door Jezus Christus, uw Zoon.


Door hem en met hem en in hem
is aan U, God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest
alle eer en heerlijkheid
door alle eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt:
Het Gebed des Heren