In heilige verbondenheid
(Herderlijke brief)
Herderlijke Brief van de bisschoppen
van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland
Ga vrolijk langs Gods wegen
gedragen door zijn zegen
gedreven door zijn Geest;
en vele tochtgenoten
zullen je vaart vergroten:
gemeenschap is een feest!
|
En komen soms de vragen
of ooit die Dag zal dagen
waarop je hart zich richt:
verzamel al je krachten
en blijf de Heer verwachten
vanuit het Vergezicht! |
En ben je ooit verlaten
omdat ze je vergaten
door zorgen of door schuld:
wees niet te zeer verbolgen
en blijf je weg vervolgen
met trouw en met geduld. |
Want niemand loopt verloren
die naar de Stem wil horen
langs welke weg hij reist;
en nieuw verwekt vertrouwen
laat altijd iets aanschouwen
dat naar de Toekomst wijst! |
Nikola Kommuniteit
In heilige verbondenheid
Aan de huwelijksgemeenschap tussen man en vrouw wordt door het bijbels
getuigenis en de kerkelijke traditie een grote waarde toegekend. Hoge
verwachtingen en grote verantwoordelijkheden gaan daarmee gepaard.
Sinds vele tientallen jaren voltrekken zich veranderingen in onze
samenleving die de vanzelfsprekendheden van de generaties vóór ons
doorbreken. Kerkelijke opvattingen en de gedragslijn van christenen
worden aangevochten. Soms wordt dat als een uitdaging tot getuigenis
ervaren, maar niet zelden ook als een onrustbarende ontluistering van
kostbare waarden. Dat brengt ons er toe ons opnieuw te bezinnen op
de evangelische uitgangspunten en te herijken wat wij, in navolging
van hen die ons voorgingen, hebben verstaan en gedaan.
In voorgaande jaren is met onze geestelijken herhaaldelijk gesproken
over de pastorale zorg en de houding van de kerkelijke gemeenschap
ten opzichte van hen, die tot echtscheiding besloten. Toen is vanuit
de synode en bij hen die in het pastoraat werkzaam zijn de vraag gerezen
of de gedragslijn van onze kerkgemeenschap ten aanzien van hen, die
na de ontbinding van hun huwelijk een nieuwe relatie aangaan en om
de inzegening van hun huwelijk vragen, niet gewijzigd zou kunnen worden.
Tot nu toe worden zij immers wel als gehuwden beschouwd en aanvaard,
maar een kerkelijke inzegening behoort niet tot de mogelijkheden.
Voor velen is dit een onbegrijpelijke en voor het pastoraat onvruchtbare
opstelling en gepleit wordt voor een minder strakke regeling, zoals
die ook bij andere kerken wel gevonden wordt.
We hebben daarbij in ogenschouw te nemen dat menigeen in onze dagen
veelal ongezocht een levenspartner vindt, die gescheiden blijkt te
zijn. Ook kan het voorkomen dat thans de huwelijksinzegening wordt
ontzegd aan hen die eerder officieel gehuwd waren, terwijl we het
sacrament wèl bedienen aan hen die een langdurige en intensieve relatie
hebben verbroken die formeel geen huwelijk was, maar wel zulke verwachtingen
wekte.
Anderen vragen zich echter af of het huwelijk wel in ere wordt gehouden
als de kerk er toe overgaat zo'n nieuwe verbintenis te zegenen. Wordt
het beginsel van de onverbrekelijke trouw daardoor niet ontkracht?
Worden dan diegenen niet door de kerk in de steek gelaten, die zich
vanuit hun geloof inspannen voor het behoud van een bedreigde verbintenis?
Laten we ons op die manier niet méér gezeggen door de geest van de
tijd dan dat we wandelen in de roeping, waarmee wij als kerk en als
gehuwden van Godswege geroepen zijn?
= top =
Veranderingen vergen veel
Wanneer we de geschiedenis van de huwelijkse relaties overzien, zullen
we moeten vaststellen dat vormen en normen die ons beeld van het huwelijk
bepalen maatschappelijk begrensd en door tijdsomstandigheden bepaald
zijn. Zo had bijvoorbeeld het huwelijkscontract vroeger met name betekenis
voor het veilig stellen van het levensonderhoud van de partners en
hun nakomelingen. Nu in onze dagen de alleenstaande evenzeer aanspraak
kan maken op een eigen woning en op sociale voorzieningen is dat een
reden minder om te trouwen of getrouwd te blijven. Was arbeid en voortzetting
van het bedrijf in de agrarische samenleving een verbindende factor
voor het samengaan van man en vrouw, in de moderne samenleving ligt
dat anders. Tot de vanzelfsprekendheden van vroeger hoorde de opvatting
dat het gezinsverband de hoeksteen van kerk en samenleving was; in
onze cultuur die aandacht heeft voor individuele ontplooiing en daartoe
mogelijkheden biedt, staat die opvatting ter discussie. Voorts wordt
de beleving van de seksualiteit niet meer uitsluitend met het voortbrengen
van kinderen en met het gehuwd zijn verbonden.
Wat de oorzaken ook mogen zijn, te constateren valt dat zich in korte
tijd ingrijpende veranderingen voltrokken hebben. Die vergen dan ook
veel van onze generatie, zowel van de ouderen als van de jongeren.
Al is er reden tot bezorgdheid om het sterk toegenomen aantal echtscheidingen,
om de lichtvaardigheid waarmee huwelijken soms worden gesloten, om
de op hol geslagen individualisering en om de kortzichtigheid waarmee
tijdelijke doelen nagejaagd worden ten koste van duurzame verbintenissen,
we moeten ons ervoor hoeden eenzijdig de negatieve kanten van de huidige
ontwikkelingen naar voren te halen. Er zijn ook positieve elementen
waar te nemen en niet weinigen ervaren de veranderingen als een bevrijding
en een opluchting. Immers, wanneer factoren die vroeger een huwelijk
bepaalden thans hun dwangmatigheid verliezen, kan er ook veel onwaarachtigheid
uitgebannen worden. Menselijke waarden kunnen meer dan voorheen tot
gelding komen: de vrijheid van persoonlijke keuze, een gelijkwaardig
partnerschap, de mogelijkheid tot zelfontplooiing met name voor de
vrouw. Er worden echter zo niet zwaardere, in ieder geval andere eisen
aan de partners in een huwelijk gesteld, als de dwingende regels en
de voorgeschreven koers van weleer geen houvast meer bieden. Waar het
huwelijk maatschappelijk zwakker komt te staan, is de vraag des te
klemmender of het innerlijk wel sterk genoeg is en gesterkt wordt.
Misschien biedt de huidige ontwikkeling wel een kans om het huwelijksverbond
opnieuw als een geschenk te zien en te beleven juist nu mensen minder
dan voorheen ertoe gedwongen worden. Het is soms goed om van vanzelfsprekendheden
los te komen en opnieuw de kern waarom het gaat te ontdekken. Wel
zullen we ons te hebben realiseren dat, wat voor de één een boeiende
zoektocht is, voor de ander een duizelingwekkende ervaring kan worden
bij gebrek aan houvast en aan een basis voor vertrouwen. Niettemin
kunnen we in onze tijd getroffen worden door medemensen, die hun huwelijk
een eigentijdse vorm hebben gegeven in een vanzelfsprekend trouwverbond
voor het leven. Ook bij jongeren valt menigmaal bij alle wantrouwen
jegens traditionele instituties een oprecht zoeken te bespeuren naar
zin en betekenis van overgeleverde waarden en naar een begaanbare weg.
In het voetspoor van de bijbel
Elke tijd heeft invloed op de vorm en de kleur van de huwelijksrelatie
en is een factor van betekenis voor de aard van deze menselijke betrekkingen
en de daarbij gehanteerde normen. Dat geldt ook voor de wijze waarop
in de bijbel het huwelijk wordt beleefd en erover wordt gesproken.
Huwelijkssluiting en seksualiteit komen soms in bijbelboeken ter sprake
op een wijze die ons eerder bevreemdend dan bevrijdend voorkomt. Aartsvaders
en sommige koningen waren met meer vrouwen gehuwd, hetzij om nakomelingen
te garanderen, hetzij om hun koninklijke status te bevestigen. Toch
verhindert dat de bijbelschrijvers niet om hen 'Gods vrienden' of 'mannen
naar Gods hart' te noemen, al wordt er wel streng geoordeeld als koningen
zich de vrouw van een ander toe-eigenen. Anderzijds wijst het scheppingsverhaal
(Genesis 2:23-24), sprekend van het één zijn van man en vrouw, in
de richting van het monogame huwelijk. Al komt dat in de geboden zó
niet uitdrukkelijk ter sprake, in de psalmen en bij de profeten lijkt
het verondersteld. In het licht van de trouw waarmee God zijn mensen
zegent is het vanzelfsprekend geworden.
Bij de evangelisten en in de apostolische brieven wordt er eveneens
betrekkelijk weinig over het huwelijk als zodanig geschreven. Daar
is ook sprake van normen die typerend zijn voor een bepaalde tijd,
met name waar man en vrouw als niet gelijkwaardig worden voorgesteld.
In deze teksten is echter ook veelvuldig sprake van liefde en trouw,
van vergeving en barmhartigheid als genadegaven die mensen doen leven
in verbondenheid met God en met de naaste. "Wandelt in de
liefde, gelijk Christus u heeft liefgehad" (Efeziërs 5:1)
is een apostolisch woord, dat niet exclusief voor een trouwdag geschreven
is. Het is een roep, die uitgaat naar heel het menselijk samenleven
en naar de gemeenschap van de in Christus gedoopten in het bijzonder.
De gemeente vormt dan ook in deze context het koor waaraan de gehuwden
hun bruiloftslied ontlenen van wederkerige dienstbaarheid waarvoor
Christus toonaangevend is. Man en vrouw worden naar voren gehaald,
omdat zij in hun trouwverbond een bijzondere rol te vervullen hebben
in wat wel eens genoemd is "de pantomime van het heil" (Efeziërs
5:15-33).
ik ben op zoek
naar een thuis:
waar mensen wonen
die als vrede zijn
en waar de liefde
ons wonen laat
en waar handen genoeg zijn
om het lief en het leed
samen te dragen
zo een huis en
mensen die zo leven
vertellen je
van God.
Bert Wirix in: "Als de dageraad nog donker is".
Waar er in de bijbel over het huwelijk gesproken wordt is dat niet
zozeer in termen van een maatschappelijke instelling of een wettelijke
regeling, al spelen die elementen wel een rol bij de concrete vormgeving.
Meer dan een contract betreft het een wijze van omgaan met elkaar,
zoals het eerder om een levenswijze dan om een leerstuk gaat. Met de
liefde van Christus als grondtoon zoekt de apostel man en vrouw op
elkaar af te stemmen. Kenmerkend blijkt te zijn dat het zwakke door
het sterke niet verdrongen maar gedragen wordt, dat niemand zich zelf
genoeg is, maar de één aan de ander levenskracht ontleent. In het dragen
van elkaars lasten komt het liefdesgebod tot vervulling (Romeinen
13:8-10; Galaten 6:2).
In de ruimte van de goddelijke liefde heeft het samengaan van man
en vrouw een eigen plaats en een unieke betekenis, die vooral daarin
bestaat dat het allesomvattende trouwverbond voor altijd geldt. Daarin
mogen mensen zich geroepen en gedragen ween door God, die ons in Jezus
de kracht van zijn bevrijdende liefde heeft gegeven. Het is mede door
die levensverbintenis van gehuwden dat de gemeente besef krijgt van
het geheim van Gods aanwezigheid en van zijn weg met mens en schepping.
Door de apostelen van het Nieuwe Verbond wordt in de lijn van de profeten
van het Oude Verbond het huwelijk dan ook als uitbeelding en getuigenis
van Gods eigen trouw aan zijn mensen gezien. Aan de weg die gehuwden
gaan is voor de partners zelf, maar evenzeer voor hun kinderen en allen
rondom hen heen, de boodschap af te lezen dat ons leven zich niet in
een leegte afspeelt maar geworteld en gegrondvest is in de liefde (Efeziërs
3:17-18).
Hoe verheven ook over het huwelijk in de Schrift en binnen de kerk
gesproken en gezongen wordt, het betreft gewone mensen die in hun alledaagse
doen zijn opgenomen in de beweging van het heil. We spreken van een
heilige verbondenheid, toch is de vindplaats niet in de hemel maar
op de aarde, bij gewone mensen met hun aantrekkelijkheden en onhebbelijkheden,
met hun lief en hun leed, in hun jong-zijn en oud-zijn, in kracht en
onmacht.
= top =
Onverbrekelijke trouw
"Wat God verenigd heeft, dat zal de mens niet scheiden" (Marcus
10:9).
Dit evangeliewoord is geen slogan, die als een machtsmiddel
door de één tegenover de ander gehanteerd mag worden, al is dat in
de loop der geschiedenis wel gebeurd. Er wordt geen constatering gedaan
die voor elk willekeurig huwelijk geldt, hier wordt geloofstaal gesproken
die ons oproept het menselijk gegeven van het huwelijk te eerbiedigen
als een geheimenis dat groter is dan ons hart. Als Jezus door de Farizeeën
gevraagd wordt of het een man geoorloofd is zijn vrouw weg te zenden,
antwoordt hij dat dit het huwelijk fundamenteel aantast: zulke gedachten
zijn niet uit God, of het nu de man betreft die zijn vrouw wegzendt,
of de vrouw die haar man verlaat (Marcus 10:12). De onverbrekelijkheid
is uitgangspunt "vanaf den beginne" en het huwelijk komt
daar tot vervulling. Dat klinkt in het evangelie niet als een ijzeren
wet, maar als de goddelijke wegwijzer op een weg die verder reikt
dan de horizon van onze menselijke maten en mogelijkheden.
Wel komt daar ter sprake de zogenaamde scheidingsbrief, die Mozes
reeds wegens "de hardheid van het hart" toestond. Waar mensen
de huwelijkstrouw niet hebben kunnen volhouden wordt deze nooduitgang
gewezen. Daarmee is het fundament van het huis van het huwelijk niet
ondergraven. Wanneer iemand zijn of haar partner verlaat om een ander
aan te hangen, wordt de nieuwe verbintenis dan ook niet als een nieuw
begin aangeprezen. Integendeel, het wordt de definitieve breuk van
de trouwbelofte en een inbreuk op een heilig beginsel genoemd (Marcus
10:11-12).
Zich beroepend op de Heer wijst de apostel Paulus allereerst de weg
van de verzoening daar waar van scheiding sprake is. Hij laat ook een
uitweg open voor mensen die van elkaar vervreemd zijn geraakt vanwege
fundamentele verschillen die in dat verband samenhangen met het al
dan niet gedoopt zijn (1 Korintiërs 7:10-15).
Het laten gaan van een
partner die wil scheiden kan in dienst staan van de vrede, waartoe
we geroepen zijn, zo lezen wij daar.
Als we in het evangelie naar wegwijzers zoeken, vinden we vóór alles
een oproep tot radicale overgave aan het beginsel van de onverbrekelijke
huwelijksband. Bij Jezus is dat geen eis, die er van buiten af aan
toegevoegd wordt, veeleer is het de vrucht die rijpt in het klimaat
van liefde en trouw. De ontrouw begint bij Jezus dan ook niet daar
waar waarneembaar een grens overschreden wordt, maar in het hart, waar
de koers van het mensenleven bepaald wordt.
Het "verlaten van vader en moeder", om zich aan de ander
te hechten wordt in het evangelie niet zonder reden in verband gebracht
met het verlaten van alle bindingen door de leerlingen van Jezus om
hem te kunnen volgen en ook met het loslaten van al wat hij bezit door
de jongeman, die veel goederen had (Matteüs 19; Marcus 10). Dat zijn
geen natuurlijke processen die vanzelf tot stand komen. Mensen worden
weggeroepen uit hun oude bindingen en opgeroepen om zich over te geven
aan een nieuwe verbondenheid.
Het evangelie laat er geen misverstand over bestaan dat het hier gaat
om een smalle weg; niet verzwegen wordt dat er op helder zicht vaak
gewacht en dat er om zegen soms geworsteld moet worden. Maar zoals
op de bruiloft van Kana is er ook reden tot vrolijkheid vanuit het
vertrouwen in de aanwezigheid van de Heer, die ons verwonderd doet
staan.
De radicaliteit van het evangelie ten aanzien van de onverbrekelijkheid
van het huwelijk kan er gemakkelijk toe leiden vooral mensen met schuld
te beladen, die hier falen en het gestelde doel niet halen. Laten we
dan niet vergeten dat zulke radicale woorden ook geschreven staan over
de broederlijke omgang in de gemeente, over de verhouding tussen rijken
en armen, over de vergevingsgezindheid van alle kinderen Gods en over
de eenheid van zijn kerk op aarde. Vragen we als christen of als kerk
niet vaak van gehuwden dat zij zich voorbeeldig gedragen, terwijl wij
ons tekort schieten als vanzelfsprekend aanvaarden op zoveel andere
momenten waarop heil gerealiseerd dient te worden?
Van gegeven belofte leven
Grote woorden worden erbij de inzegening van een huwelijk gebruikt.
We nemen ze misschien in de kerk gemakkelijk in de mond als wens en
bede, als opdracht en belofte. Moeilijker is het om ze in de weerbarstigheid
van alle dag en in de kleinheid van je eigen bestaan tot klinken te
brengen. Het kan jonge mensen, maar hen niet alleen, beducht maken
om zich aan de weg van het huwelijk toe te vertrouwen. De ervaring
van zovelen die op hun schreden terugkeerden, doen hen ook vragen
stellen naar de begaanbaarheid ervan. Waar halen we immers de moed
vandaan om de toekomst anders in te gaan dan met de afwachtende houding
van "we zullen wel zien hoever we komen"? Toch is juist in
de ruimte van de kerk te horen dat het heilige niet ver weg is van
het gewone en dat kleine mensen tot dienaars van Gods grootheid worden.
Wij zijn ook de eersten niet die ons deze dingen afvragen en ze zijn
ook allerminst vanzelfsprekend. Voor ons uit gaan de getuigen, die
met vrijmoedigheid op weg zijn gegaan om gaandeweg te groeien in een
liefde die sterker bleek dan het kwaad en te delen in een trouw die
tot troost werd in de verdrukkingen.
"Van een ieder aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd
worden" (Lucas 12:48). Dit woord is weliswaar door Jezus
niet gesproken met het oog op hen die getrouwd zijn, wel brengt
het ons te binnen dat waar het evangelie spreekt over wat van ons
gevraagd wordt, daarmee steeds verbonden is wat aan ons gegeven is.
Aan de boodschap van wat God van ons verlangt gaat vooraf de verkondiging
van wie Hij voor ons is. Radicale woorden wortelen dan ook in het
openbaar worden van Gods levenwekkende barmhartigheid en zijn onopgeefbare
trouw. Hij die ons roept is dezelfde die in zijn vergevende liefde
ons draagt.
Zo hebben wij ons steeds weer te herinneren dat de Heer die de onverbrekelijkheid
van het huwelijk als onopgeefbaar verkondigt, dezelfde is die de vrouw
die overspel pleegde aan de steniging doet ontkomen (Johannes 8:1-11).
Met vrede begroet de verrezen Heer de leerlingen, die hem op zijn kruisweg
verlaten hebben en de voorman der apostelen die hem verloochend heeft,
wordt in het licht van Pasen in zijn ambt hersteld (Johannes 20:19-23
en 21:15-23).
De zijnen leven van wat hij geeft. Verlost uit de greep
van het verleden worden zij op de weg van zijn toekomst gebracht.
Aan de tafel van zijn brood en beker geeft hij ons daaraan deel. En
hij is daar voor beiden, gehuwd en gescheiden.
= top =
Gebed van de inzegening
Almachtige en barmhartige God,
Gij hebt de mens geschapen
naar uw beeld en gelijkenis.
Als man en vrouw hebt Gij hen aan elkaar gegeven
om door liefde en trouw uw Naam te verheerlijken.
Gij geeft door uw genade,
dat wij in het verbond van man en vrouw
een afbeelding mogen zien
van de levensgemeenschap van Christus met zijn kerk.
Wij bidden U:
stort uw overvloedige zegen uit
over deze man en deze vrouw;
vervul hen met uw heilige Geest
en laat uw liefde over hen zijn
als een mantel om hun schouders,
als een kroon op hun hoofden
en als een vuur in hun harten.
Zegen hen in al hun denken, doen en laten,
bij dag en bij nacht,
in vreugde en verdriet,
in rijkdom en in armoede,
in leven en in sterven.
Bescherm hen tegen alle onheil,
en laat hun huis zijn
een woonplaats van vrede en trouw.
Breng hen uiteindelijk thuis
in uw hemelse bruiloftszaal,
waar al uw heiligen zich voor altijd verheugen
in uw oneindige liefde.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Weest zo aan elkander toegewijd
in een heilige verbondenheid
en de zegen van de almachtige God,
Vader, Zoon en heilige Geest,
dale over u en blijve altijd met u.
Amen.
Commissie voor de Liturgie 1987
Gezegend om tot zegen te zijn
Dat het op een trouwdag niet alleen gaat om het afsluiten van een
contract en het vastleggen van afspraken, blijkt al uit de riten waarmee
de huwelijkssluiting in de verschillende tijden en culturen gepaard
gaat. Dat hier meer dan het gewone in het geding is, heeft vanuit het
bijbels getuigenis in de kerken in de loop der eeuwen een eigen liturgische
uitdrukking gekregen. In het sacrament van de huwelijksinzegening
wordt het verbond voor het leven in verband gebracht met het paasgeheim
van de schenkende en vergevende liefde van God, zoals elk ander sacrament
dat in andere situaties betuigt. In het licht van die zegen wordt het
huwelijk als een gave gevierd en als een opgave aanvaard.
"Als man en vrouw hebt Gij hen aan elkaar gegeven
om in liefde en trouw uw naam te verheerlijken.."
Zo bidt het zegeningsgebed, wanneer gehuwden op weg worden gezonden.
Midden in het proces van menselijke keuzes en afgewogen verantwoordelijkheden
wordt hier verwondering uitgesproken over wat ons gegeven wordt: mensen
die elkaar ontvangen als een geschenk. De belofte die de een tegenover
de ander aflegt is een element in elke rite, maar de dankzegging is
er vooral om de belofte die de mensen van elkaar ontvangen mogen en
die zij door God gezegend weten.
Tegelijk spreekt de liturgie hier uit, dat het huwelijk niet een doel
in zich zelf is, maar dat het ook een doel heeft en heil bemiddelt.
De zegening is verbonden met een zending. Het is goed als mensen geluk
in elkaar vinden en elkaar gelukkig maken, maar het huis dat zij met
en voor elkaar zijn is tevens een onderkomen voor anderen. Van de huwenden
wordt gevraagd "verantwoordelijkheid te aanvaarden voor allen
die u worden toevertrouwd". Daarbij is aan kinderen te denken,
maar in de geloofsbrieven van de kerk, zoals in Hebreeën 13:1-4, wordt
het in ere houden van het huwelijk in één adem genoemd met de broederliefde
binnen de gemeente, met de gastvrijheid ten opzichte van anderen, met
het gedenken van de gevangenen.
Meer dan voorheen gaat de in 1987 vernieuwde liturgie ervan uit dat
de inzegening in het kader van een eucharistieviering plaats vindt,
ook al hoeft die mogelijkheid niet altijd de voorkeur te hebben. Wel
wordt daardoor duidelijker dat het huwelijk als brandpunt van liefde
en trouw deel uitmaakt van een groter geheim en in het teken staat
van de eenheid die allen omvat. Het kan ons er ook voor behoeden om
het ongehuwd blijven uitsluitend negatief te zien, alsof er geen genadegaven
aanwezig zijn in andere relaties of in de toewijding van ongehuwden
in de dienst aan God en de mensen. De sacramenten van doop en eucharistie
verbinden allen door de liefde van God in het ene lichaam van de kerk.
De levensverbintenis van man en vrouw is binnen die gemeenschap een
bijzondere roeping; zij wordt opgenomen in het verheerlijken van de
naam van God door allen die in Christus gedoopt zijn.
= top =
Als het onverbrekelijke gebroken is
Kerken hebben in alle tijden en in deze tijd opnieuw, bevestigd dat
de onverbrekelijkheid wezenlijk is voor het trouwverbond, dat het huwelijk
een verbintenis voor het leven is. Met de bijbel hebben christenen
echter weet van het menselijk falen. Er is in de kerken de worsteling
om in het reine te komen met de ontwrichting van huwelijken en het
zoeken naar een pastorale weg met hen, die hun trouwbeloften niet
konden waarmaken. Daarbij gold en geldt enerzijds de zorg voor het
hooghouden van het ideaal en het beschermen van de waarden van het
huwelijk, anderzijds de zorg voor de mensen die, hetzij direct, hetzij
indirect te lijden hebben onder een scheiding en erdoor ontredderd
raken.
Al in de vroege kerk wordt in dit verband eraan herinnerd, dat als
een schip in zwaar weer terecht komt, het voor de bemanning een moeilijke
maar soms onvermijdelijke keus is om de lading overboord te zetten
terwille van het behoud van mensen. Wel heeft het schip daardoor het
oorspronkelijke doel van de reis gemist. Zo moet het besluit tot echtscheiding
soms aanvaard worden, wanneer bij de partners de vervreemding van elkaar
rampzalige gevolgen heeft voor de betrokkenen en hun kinderen of wanneer
er geen uitzicht is op herleving van een doodgebloede relatie.
Gegroeid is het inzicht dat het met het wezen van de liefde in strijd
is om mensen tot een huwelijk te dwingen, maar evenzeer om hen te dwingen
in een huwelijk te blijven, als de verbondenheid ontkend wordt. Het
heeft geen zin en het is ook niet de zin van het evangelisch gebod
om partners te achtervolgen met de absolute eis van de onontbindbaarheid,
als van het huwelijk alleen een façade overeind staat en van liefde
en trouw slechts schijngestalten resteren. Daarom mag de herderlijke
zorg van de kerkgemeenschap zich niet afzijdig houden als er in zulke
situaties naar een nooduitgang gezocht wordt; ze zal mensen bijstaan
om de gebrokenheid te aanvaarden en vertrouwen terug te winnen. Het
is soms moeilijk, maar niet mensonwaardig om een mislukking te erkennen.
Natuurlijk kan er lichtvaardig en onwaardig tot echtscheiding worden
overgegaan, alsof het een makkelijke vluchtweg is om roeping en verantwoordelijkheid
te ontlopen of een middel om van bepaalde voorzieningen oneigenlijk
te profiteren. Dat mag ons niet doen vergeten dat anderen door nood
gedwongen naar deze uitweg hebben moeten zoeken en door spanning en
ontreddering zijn heengegaan, voordat zij de moed vonden om tot een
uiteengaan te besluiten.
Pastores en anderen die aan de binnenkant van woningen geroepen worden
mochten er wel getuige van zijn hoe, dwars door stormen heen, ook
binnen bestaande huwelijken een nieuw begin gevonden kon worden. Wat
in de bijbel en voor sommigen in onze dagen de enige aanvaardbare
reden voor een echtscheiding lijkt te zijn – de seksuele ontrouw –
bleek in menige relatie een breuk die geheeld werd en een wond die
genezing vond. Waar hulpverleners de weg van trouwbetoon in andere
moeilijke situaties als onbegaanbaar beschouwden, zijn mensen die weg
gegaan en hebben gedaan wat ondenkbaar was. Over het aantal echtscheidingen
lezen we in de statistieken; voornoemde dingen voltrekken zich veelal
in het verborgene. Daarom is het goed om gehuwden ook bij hun onderweg
zijn te gedenken en met hen te danken als er gedenkdagen te vieren
zijn, niet vanuit de triomfantelijkheid om wat bereikt werd, maar in
de verwondering om wat ons toegereikt werd, wat we ontvingen van God
en de mensen.
Hertrouw en kerkelijke inzegening
Er is in de kerk in het algemeen en ook in onze kerkgemeenschap meer
aandacht gekomen voor de problemen van de echtscheiding. In de parochies
wordt ernaar gestreefd nabijheid te schenken aan hen die gescheiden
zijn, maar er is geen eenstemmigheid bij het beantwoorden van de vraag
of bij het aangaan van een nieuwe verbintenis de huwelijksinzegening
op dezelfde wijze mogelijk en verantwoord is als bij de eerste huwelijkssluiting.
In de katholieke kerk van het westen werd vastgehouden aan het onherroepelijke
van eenmaal gegeven trouwbeloften. In de reformatorische kerken is
eveneens zeer terughoudend gereageerd, al zocht Luther reeds naar een
uitweg, met name voor hen die in de steek gelaten waren door hun levenspartner
en die naar zijn mening toch niet gedwongen konden worden levenslang
ongehuwd te blijven. In de orthodoxe kerken wordt met het accepteren
van het feit dat er huwelijksontbinding is, ook de mogelijkheid open
gehouden van een ander huwelijk en de kerkelijke inzegening daarvan,
al wordt dat niet als vanzelfsprekend beschouwd. In de anglicaanse
kerkgemeenschap heeft zich een dergelijke gedragslijn ontwikkeld.
Zie noot
In onze oud-katholieke traditie is er steeds de nadruk op gelegd dat
de kerk noch huwelijken sluit, noch huwelijken ontbindt. De geldigheid
van een huwelijk hangt dan ook niet af van kerkelijke erkenning. Daarom
werd het huwelijk van hen die hertrouwden ook niet ontkend; wel werd
het bedienen van de huwelijksinzegening in strijd geacht met de diepste
betekenis van het sacrament.
Daartoe aangespoord vanuit de kerk, en recent door onze synode, hebben
we ons met de geestelijken op deze vragen beraden. Daarbij zijn wij
tot het inzicht gekomen dat we met de katholieke kerk van het oosten
ruimte kunnen laten voor de mogelijkheid om het sacrament van de huwelijksinzegening
te bedienen, ook daar waar een van de partners of beiden eerder een
huwelijk aangingen, dat inmiddels ontbonden is. Het ontvangen van deze
huwelijksinzegening onder zulke omstandigheden is geen vanzelfsprekendheid,
laat staan een recht, dat op te eisen valt. Wel menen wij dat wij als
kerk evenmin het recht hebben om deze huwenden bij voorbaat uit te
sluiten van de sacramentele tekenen, wanneer zij in het besef van de
tegenstrijdigheden, met aanvaarding van de verantwoordelijkheden en
in oprecht geloof, om de inzegening van hun huwelijk vragen.
Hier zal het sacrament van de verzoening bediend kunnen worden, want
ook van een stukgelopen relatie mogen mensen krachtens het evangelie
van Jezus bevrijd worden om een nieuwe roeping te ontvangen. Is de
vreugde van elke sacramentsbediening trouwens niet daarin gelegen,
dat we niet worden beoordeeld op wie we waren, maar vooral aangesproken
worden op wie we in het licht van Gods belofte zullen zijn? De kern
van elke kerkelijke viering rondom een huwelijk zal daarom niet alleen
aandacht hebben voor de twee mensen die trouwen, maar bovenal verwijzen
naar de Heer die sterker is dan onze zwakheid en in zijn barmhartigheid
groter is dan onze schuld.
Wanneer kerken ruimte bieden op die terreinen waar eerder strengere
regels golden, kan de mening post vatten dat er niet langer wordt vastgehouden
aan heilige beginselen. Als de huwelijksinzegening na echtscheiding
mogelijk wordt, kan de gedachte ontstaan dat het huwelijk tot een voorlopig
en tijdelijk partnerschap is gedegradeerd. Ook bij hertrouwen laat
de liturgie der kerk er evenwel geen twijfel over bestaan dat onvoorwaardelijke
trouw het hartsgeheim van het huwelijk is. Daarom gaat het "in
den beginne" en daartoe worden huwenden door God gezegend en op
weg gezonden.
Gaande in het voetspoor van het bijbels getuigenis en in verbondenheid
met de geloofstraditie hebben christenen in onze samenleving een stempel
gedrukt op de huwelijksvormen en mede de normen bepaald. In de huidige
tijd is deze invloed op de maatschappelijke ontwikkelingen geringer
en dat kan tot gevolg hebben dat hetgeen voorheen als een onaantastbaar
en sluitend geheel werd gezien, in losse elementen uiteen schijnt
te vallen. Van waarden en gebruiken worden brokstukken aangetroffen
die zich niet zo gemakkelijk laten invoegen in nieuwe ontwikkelingen
en ervaringen. Dat wil niet zeggen dat binnen de kerken er een stormvrij
gebied is. Ook daar zijn vragen gerezen en voltrekken zich bewegingen
die om bezinning en heroriëntatie vragen.
Uw bisschoppen hebben met deze brief daaraan een bijdrage willen geven.
Wij zijn er overigens van doordrongen dat we staan midden in processen
die allerminst tot rust gekomen zijn. Voorts hebben we ons bij het
schrijven van deze brief vooral laten leiden door vragen, die vanuit
bepaalde situaties gesteld werden. Er zijn nog andere vragen die u
en ons bezig houden in dit verband. Ook daarin zullen we naar wegen
moeten zoeken.
Als vertrouwde kaders wegvallen zijn we meer dan ooit aangewezen
op eigen gewetensvolle verantwoordelijkheid. Dat hoeft geen eenzaam
avontuur te worden. Wij zijn immers tot hulp voor elkaar bedoeld en
hebben elkaar nodig ook op de manier waartoe een apostolisch woord
ons aanspoort (Efeziërs 6, 18-20) en dat Gezang 550 aldus verwoordt:
En bidt dan in de Geest
voortdurend voor elkaar
God die de harten leest
dat Hij u wel bewaar'!
Gegeven te Utrecht en Haarlem,
op de feestdag van de H. Mattias,
apostel, 25 februari 1992.
† Antonius Jan Glazemaker
aartsbisschop van Utrecht
† Teunis Johannes Horstman
bisschop van Haarlem
Noot:
De kerk dient een ondersteunende
gemeenschap te zijn. Zij moet gelegenheid geven voor genezing en
herstel van hen die weten dat zij vergeving en vernieuwing nodig
hebben. Zij moet helpen de mensen te helen. Zij moet een gemeenschap
zijn van boetvaardige zondaars, die in staat zijn andere zondaars
te accepteren en te verwelkomen, omdat allen alleen maar tot de
kerk behoren dankzij de genade van God.
Dit geeft in de praktijk echter moeilijkheden omdat de kerk ook, en
terecht, getuigenis tracht af te leggen van christelijke maatstaven
en men aanstoot kan nemen aan de ondermijning van die normen door
hen, die daar al te duidelijk niet aan voldoen.
Het conflict tussen deze openheid voor zondaars en het getuigen tegen
de zonde wordt het meest klemmend gevoeld door de geestelijken en
in het bijzonder de bisschoppen. Enerzijds staan zij voor de strenge
eisen van het evangelie, anderzijds willen en moeten zij pastorale
zorg betonen aan hen dit tekort zijn geschoten en zich soms persoonlijk
door de kerk afgewezen voelen.
Deze spanning in het hart van de christelijke gemeenschap kan opbouwend
zijn, mits allen daar begrip voor hebben en die spanning aanvaarden
en delen.
Lambeth Conferentie
Anglicaanse kerk 1978
