Niet om gediend te worden maar om te dienen
(Brochure van de Oud-Katholieke Kerk)
De kerk in de samenleving
De tijd dat het vanzelfsprekend was
bij een kerk te behoren, is al lang voorbij. De kerk werd vroeger vaak
gezien als een vaste burcht, van waaruit de slechte wereld werd bestreden
en waar je bescherming vond, wijze levenslessen kreeg en troost en
bemoediging, als het dagelijks bestaan haast ondraaglijk werd.
Aan de andere kant waren kerk en wereld nauw met elkaar verweven. De
christelijke normen en waarden werden algemeen aanvaard als basis voor
het menselijk handelen en werden door de maatschappij opgelegd. Tegenwoordig
heeft ieder mens de vrijheid een eigen weg te kiezen en op zoek te gaan
naar de zin en het doel van het mens zijn. Als christenen staan wij dus
voor de vraag wat in deze tijd de eigen zin en functie van de kerk is.
In onze tijd beschouwen veel mensen het geloof in Christus, zoals
dit door de bijbel en de kerk tot in onze tijd is overgeleverd, als
een schone wensdroom en als een menselijke constructie. Voor veel van
deze niet-christenen leidt dit denken ertoe dat zij trachten gewetensvol
te leven in gerechtigheid en respectvol om te gaan met al wat leeft.
Daarnaast zijn er velen die in het heden leven, zonder houvast of dieper
inzicht, zonder illusies. Vaak is er bij hen sprake van gevoelens van
angst over het eigen leven en verzet en onmacht over het kwaad dat
mensen anderen aandoen. Vaak ook staan zij onverschillig tegenover
de wereld om hen heen en proberen zij voor zichzelf zoveel mogelijk
uit het leven te halen: laten we genieten, zolang het nog kan.
Christenen worden op dezelfde wijze uitgedaagd. Zij delen datzelfde
leven, zien dezelfde beelden, lezen de krant en komen niet zelden op
indringende wijze in aanraking met de slachtoffers. Maar zij geloven
dat dwars door het donker, door alle gebrekkigheid en onmacht heen,
in Jezus Christus iets aan het licht is gekomen van een uiteindelijk
heil, een laatste zin en een volkomen vervulling.
Christenen geloven dat God de Schepper is van hemel en aarde en dat
Hij zijn wereld liefheeft. In Christus is Hij in ons mensenbestaan
gekomen om ons definitief bij Zich te brengen. Voor christenen is dit
aardse leven een weg naar de ontmoeting met God, een menselijke en
dus vaak een moeilijke en zware weg, maar wel het goede spoor, de weg
naar huis (Johannes 3,16). Van deze vreugdevolle boodschap willen ze
getuigen zijn, ze willen erover spreken maar ook proberen er gestalte
aan te geven. Daarin staan ze niet alleen, maar zijn ze samen binnen
de geloofsgemeenschap van de kerk. En omdat de kerk niet zwijgt over
wat vanaf de tijd van de apostelen is gehoord en gezien, wordt zij
een teken temidden van de mensenfamilie. Er zijn geen grenzen aan Gods
liefde en ook de kerk is geen gesloten kring van mensen, die uitsluitend
bedacht zijn op eigen zieleheil. De kerk is bedoeld als een open kerk,
een ruimte waar allen kunnen bestaan, ook al behoren niet alle mensen
tot de sacramentele gemeenschap van de kerk van Christus.
Het grote geheim van Gods handelen waaruit de wereld mag leven, dank
zij de overwinning van Jezus, zijn dood en verrijzenis, wordt in de
kerk ter sprake gebracht in de verkondiging en het geloofsgetuigenis.
Dit geheim wordt gevierd in de liturgie, in de dienst van Brood en
Wijn en daarin komt het ons zeer nabij. Maar het krijgt evenzeer gestalte
in de zorg voor de medemens, in het pastoraat en het diaconaal handelen
van de kerk. De kerk is er dus niet voor zichzelf. Zij is pas waarachtig
kerk van Christus, als ze voluit betrokken wil zijn bij Gods handelen
met heel de mensheid. Ze is het Rijk Gods niet, maar ze staat wel in
dienst van dat Koninkrijk. Daarmee is duidelijk gezegd dat de kerk
ervoor moet waken haar identiteit niet te verliezen. De kerk is geen
actiegroep en geen organisatie voor ontwikkelingshulp, maar zij dient
de handelen vanuit de radicaliteit van het evangelie.
Zij is niet de leverancier van wat normen en waarden en evenmin de
rem op morele en sociale ontwikkelingen die de samenleving dreigen
te ontwrichten, maar zij heeft de opdracht om, geïnspireerd door
het evangelie, mensen op te roepen Jezus na te volgen.
Het wezen van de kerk als dienende geloofsgemeenschap
Van de kerk en de gelovigen
wordt voortdurend een dubbele bekering verwacht naar Christus èn
naar de medemens toe. De liefde tot God en de liefde tot de mens zijn
onlosmakelijk verbonden. Jezus zelf zegt: 'Voor zover gij dit gedaan
hebt aan één van deze, mijn geringste broeders, hebt gij
het aan mij gedaan' (Matteüs 25,40). Alleen een levende geloofsgemeenschap
kan gehoor geven aan deze opdracht van haar Heer. Daartoe dient de kerk
steeds weer haar inspiratie te zoeken bij de bron en zorg te besteden
aan gemeenteopbouw.
Ook voor de geloofsgemeenschap van de Oud-katholieke Kerk is het niet
voldoende om in korte en verder vrijblijvende acties van mens tot mens
de naastenliefde vorm te geven. Samen met anderen, in het grote verband
van de oecumene, moet gezocht worden naar concrete stappen om een veranderingsproces,
ook in de structuren op gang te brengen. Open kerk zijn, kerk van de
mensen. Dan gaat het om de universaliteit van de liefde naar het woord
van de Heer 'wie niet tégen ons is, is vóór ons'
(Marcus 9,40).
Het Nederlandse woord 'kerk' gaat terug op een Griekse uitdrukking,
die in vertaling luidt: het huis van de Heer. Op grond daarvan kun
je zeggen dat de kerk de door God geschapen menselijke ruimte is waarin
Jezus van Nazaret als de Christus wordt beleden en aldus zelf aan het
woord komt. Aan zijn leven en lot kan de zin van het bestaan worden
afgelezen. Het ontstaan van de kerk heeft zijn wortels in het optreden
en in de prediking van Jezus.
Maar de kerk wordt eerst openbaar na de kruisdood en de verrijzenis van
Jezus, als hij verschijnt als de Levende. Het is de Geest die mensen
aangrijpt en op weg zet, ze samenbrengt tot een nieuw volk, tot een helende
en genezende gemeenschap. Jezus wordt beleden als de Christus, als de
afstraling van Gods heerlijkheid. Niet alleen op de Pinksterdag, maar
telkens weer wordt het waaien van de Geest gevoeld en brandt het vuur.
Zonder die bewogenheid, zonder die warmte en de gloed van een nieuw bestaan,
kunnen wij niet begrijpen waarom mensen in beweging komen om Christus
te volgen overal waar Hij heengaat.
Gods verlossende ingrijpen in de geschiedenis sluit het ontstaan van
de kerk in als de universele ruimte waarin de mensen wereldwijd worden
samengebracht 'als in een net dat niet scheurt' (Marcus 1,16-18 en
Johannes 21,1-14).
Dank zij de kerk wordt Jezus vandaag nog ter sprake gebracht als de Christus.
Het geloof ontstaat door het levende getuigenis, door de verkondiging
van het evangelie en wel in opdracht van Christus zelf (Romeinen 10,9-17).
De meest fundamentele opdracht van de kerk is het geloof mogelijk te
maken. Dat is een voortdurend gebeuren, elke dag weer opnieuw, als opdracht
maar ook als innerlijke noodzaak. Wie kan zwijgen als de grote liefde
in zijn en haar leven is gekomen? Zo is het ook met het geloof, dat niet
denkbaar is zonder de liefde als band van de volmaaktheid. Deze liefde
als vrucht van de Geest wordt allereerst zichtbaar in de verhouding van
mens tot mens. De liefde is ook de band die de kerk als geloofsgemeenschap
samenbindt. En de liefde brengt de kerk ertoe steeds aan de zijde van
de armen, de zwakken en onderdrukten te staan en profetisch haar stem
te verheffen om toekomstige rampspoed en onheil, door mensen opgeroepen,
te bestrijden. Wanneer wij deze bijbelse gedachten voor onszelf vertalen
naar onze huidige alledaagse werkelijkheid, zullen we ontdekken hoezeer
het ons allen aangaat. We worden immers aangespoord om als gemeenschap
en ook als persoon een stukje medeverantwoordelijkheid te dragen voor
het geestelijk en sociaal-psychisch welzijn van onze medegelovigen en
van de mensen die wij op onze weg ontmoeten.
Het gaat om de diaconale opdracht van de kerk, om de parochie als diaconale
gemeenschap, om mensen die bereid zijn diaconale taken op zich te nemen.
= top =
De Kerk van Christus is universeel
Oud-katholieken belijden dat de kerk van Christus universeel is, één,
heilig, katholiek en apostolisch. Dat is een hoge roeping, maar het
gaat dan ook om de grondslagen die de eeuwen door zijn uitgezongen
in het Credo, de geloofsbelijdenis die de christenen sinds het jaar
381 verbindt.
De vier opdrachten van de kerk: verkondigen, vieren, leren en dienen,
berusten op dit fundament, gelegd door de apostelen en de profeten, waarvan
Christus Jezus zelf de hoeksteen is (Efeziërs 2,20). Het gaat dus
om meer dan een toevalligheid of om bepaalde voorkeuren, maar om een
christelijk leven waardoor God wordt gediend en verheerlijkt (1 Petrus
2,1-10). Het diaconaat als dienst aan de mensen hoort er dus vanouds
wel bij, maar het is niet moeilijk in te zien dat de voorkeur vaak elders
ligt. Oud-katholieken leggen veel nadruk op het vieren en beleven de
liturgie doorgaans heel intens. Verkondigen wordt vooral gezien als een
taak die behoort tot het ambt van de pastoor in de vorm van prediking,
catechese en persoonlijk pastoraat. En leren is prachtig, als je tijd
en motivatie hebt om je aan te sluiten bij een leerhuis of een bijbelkring
in de parochie, maar je kunt het ook missen.
Toch mogen we niet de indruk krijgen, dat er dus geen of weinig zorg
heeft bestaan voor de vele armen en hulpbehoevenden in de parochies.
Integendeel, maar het bleef eeuwenlang armenzorg en het was vooral
een zaak van de armmeesters, die in het midden van de vorige eeuw zijn
verdwenen en van een aantal vrouwen, al dan niet georganiseerd.
En naast deze ondersteuning vanuit de parochies waren er de regenten
van fondsen en fundaties, die genereus hulp konden bieden en opkwamen
voor weduwen en wezen. Dat is niet altijd goed gevallen bij mensen die
gedwongen waren de hand op te houden en die sociale controle en onbedoelde
vernederingen ondervonden. Maar er is sindsdien veel veranderd. We leven
in een tijd van sterk verminderd kerkbezoek en daarmee zijn ook de banden
losser geworden, die menigeen met de parochie verbond. Toch willen veel
mensen in de christelijke traditie staan, maar ze zijn dan eerder geneigd
en bereid om daar uitdrukking aan te geven door vormen van dienstverlening,
dan door de wekelijkse kerkgang.
Dan is vooral de diaconie de uitdrukkingsvorm van hun geloofsleven.
Verkondiging van het evangelie in de praktijk is niet nieuw. De
vroege christenen werd wel de mond gesnoerd, vooral in tijden van vervolging,
maar niemand kon beletten dat zij opvielen door onderlinge liefde
en zorgzaamheid. Zo was Franciscus van Assisi een man van de daad,
nederig en solidair met de eenvoudige mensen in zijn dagen en daarmee
een groot evangelist.
En ook in onze tijd zijn er christenen geweest, en ze zullen er steeds
zijn, die tot voorbeeld dienen in de zorg voor de armen en de hulpelozen,
in het streven naar vrede en gerechtigheid, transparante mensen die
het gelaat van Christus zichtbaar maken en Hem niet verduisteren
voor de zoekende mens in nood. Ook onder onze tijdgenoten vinden
we wereldwijd mensen, die vastberaden kiezen om met Jezus de weg
te gaan van het kruis, ongeacht de consequenties. Het zijn de heiligen
van onze dagen, de rechtvaardigen onder de volkeren.
Duidelijk is dat het ook bij moderne vormen van diaconaat niet slechts
gaat om acties die veel geld kosten, projecten gericht op het buitenland,
vooral de Derde wereld en soms wat bijstand aan mensen die in ons
eigen land in de knel zijn geraakt. Velen denken dat met geld veel,
zo niet alles te bereiken is maar dan miskennen we het dienende karakter
van de kerk en het wezen van het diaconaat. Daarom is het goed dat
we ons nu bezig houden met de bijbelse aanzetten en bezien hoe de
kerk daarmee is verder gegaan in de geschiedenis.
= top =
De oorsprong van het diaconaat
De opdracht van de kerk is een opdracht tot dienst.
Dan gaat het niet uitsluitend om hulp aan mensen met problemen en in
noodsituaties, maar ook om de eredienst, om de verkondiging van het
evangelie als boodschap van bevrijding en nieuw leven, om het samen
verstaan van de Schrift, om er te zijn voor elkaar. Dit alles vraagt
immers om beschikbaarheid en inzet van persoonlijke gaven en middelen.
Ons gaat het nu vooral om het diaconale ambt en dat kan zijn het bijzondere
ambt van de gewijde diaken, maar ook één van de bijzondere
aspecten van het ambt van de gelovige, die zich geroepen weet bedacht
te zijn op het welzijn van de naaste. Dat richt zich op de eerste plaats
op de gemeente als Gods huisgezin, het leef verband van de kerk. Maar
ook op de wereld buiten de kerk waar mensen in nood zijn, de evenmens
nabij en veraf. In onze huidige maatschappij valt het niet moeilijk al
deze roepstemmen te horen.
'Doe wat goed is voor allen, maar het meest voor de huisgenoten van het
geloof, zegt de apostel Paulus (brief aan de Galaten 6,10).
Hoewel we in het Oude Testament vergeefs zullen zoeken naar de diaken
en zelfs het woord niet tegenkomen, is er wel degelijk een opdracht
van God aan de mens om tot zegen te zijn voor de medemens. Wie de ander
niet onverschillig links laat liggen, maakt zich tot naaste.
God vraagt van ons dat wij geven met gulle hand,
zoals Hij overvloedig
zegent. 'Armen zullen nooit in het land ontbreken; daarom gebied Ik
u aldus: gij zult uw hand wijd openen voor uw broeder, voor de ellendige
en de arme in uw land' (Deut. 15,11). De vreemdelingen, de weduwen
en de wezen worden bij voorkeur genoemd als mensen die buiten staan
en te weerloos zijn om voor zichzelf op te komen. Er moet worden gedeeld,
vooral bij het binnenhalen van de oogst. Delen is ook delen in vreugde
en dat leert ons dat vieren en dienen in de kerk nauw met elkaar verbonden
zijn. God wil dat de eenzame een gemeenschap vindt, God redt de arme,
degene die geen helper heeft. En als het volk Israël telkens tekort schiet
en bedacht is op eigen voordeel en winst, wil Hij ook niet weten van
allerlei vormen van vroomheid en spreekt Hij door de mond van de profeten
woorden van vermaning en vertroosting. 'Hebt God lief boven alles en
je naaste als jezelf' (Jesaja 58,6-11).
Ook in het Nieuwe Testament is er nog niet direct sprake van diakenen
en van diaconaat.
Maar wel is duidelijk, dat het Christus gaat om een
leven van dienst tot het uiterste toe.
Hij zet de maatschappelijke orde niet aan de kant maar accepteert -
zoals in het jodendom gebruikelijk was - dat de relatie heer en knecht
als normaal wordt aanvaard. Maar Jezus kiest radicaal voor de rol van
de knecht, zelfs waar dit als ongehoord werd gezien (Lucas 12,37) en
hij gaat veel verder dan zijn gelovige tijdgenoten, met als uiterste
consequentie je vijanden lief te hebben. In de weg van het offer die
de Heer gaat, herkennen we Gods liefde voor ons en voor de wereld.
Hij is 'diakonos', dienaar temidden van zijn discipelen: 'De Zoon des
mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om
zijn leven te geven als prijs tot verlossing voor velen.' (Matteüs 20,28). Hij stelt dit
dienen als voorwaarde om zijn leerling te kunnen zijn. Alleen langs die
weg kunnen er nieuwe verhoudingen ontstaan in menselijke relaties en
in de relatie tot God.
Daarbij gaat het om zeer directe en persoonlijke ontmoetingen met mensen.
Hoewel er in het Nieuwe Testament verschillende Griekse werkwoorden voorkomen
met de betekenis 'dienen' (die we herkennen in de woorden therapeut en
liturg), gaat het bij de diakonos om de persoonlijke dienst gericht op
de ander. Vanwege deze persoonlijke relatie kan je spreken van een 'liefdedienst',
de diaken is de tafeldienaar, degene die ervoor zorg draagt dat allen
te eten krijgen. En bij het laatste avondmaal is Hij degene die de voeten
wast van zijn leerlingen voordat ze aan tafel kunnen gaan.
In navolging van Jezus maakte de vroege kerk
dit dienen tot een teken
van alle liefdevolle zorg voor de ander. (Johannes 13,1-17). En de
diaken verzorgde zowel de dienst van de Tafel als de dienst van de
gemeente. Wij zouden kunnen zeggen: hij was de liturgische én de sociale
diaken in één persoon.
Het kerkelijk ambt van bisschop, priester en diaken dient de opbouw
en de toerusting van de gemeenteleden, opdat zij in staat zijn het
ambt van de gelovigen uit te oefenen in dienstbetoon (Efeziërs 4,12).
Deze priesterlijke en diaconale dienst ten behoeve van de wereld is gericht
op het komende Rijk van God dat wij verwachten, maar in het hier en nu
blijft de opdracht om te getuigen van het evangelie en om barmhartig
en beschikbaar te zijn, een opdracht die állen aangaat.
= top =
De eerste christenen
hebben dat goed begrepen en de gemeente vervulde
in haar geheel de diaconale taken, in het bijzonder de zorg voor de
behoeftige broeders en zusters. Toen men groeide in aantal ging er
wel eens wat mis. Het overzicht verdween en we zien dat de onderlinge
hulp gaat lopen via de apostelen. Toen deze het niet meer aankonden,
werden er dienaren aangesteld onder gebed en handoplegging (Handelingen
6,1-7).
Aan het einde van de eerste eeuw ging het kerkelijk ambt geleidelijk
een vaste structuur vertonen. Het oudste bericht over de diaken komen
we tegen in Filippenzen 1,1, tezamen met de opzieners, de bisschoppen.
De bisschop en de diaken zijn heel de geschiedenis door op elkaar betrokken
geweest, iets wat heel sterk naar voren komt in hun liturgische functies.
In de latere brieven van het Nieuwe Testament worden naast de charismatische
ambten van apostel, profeet, herder en leraar, ook de gekozen en aangestelde
ambtsdragers genoemd: opzieners, oudsten en diakenen.
Er is één
plaats waar de vereisten voor diakenen genoemd wordt,
namelijk in 1
Timoteüs
3,8-13. Daar wordt gezegd dat het gaat om:
Evenwichtige en verstandige mensen, die betrouwbaar zijn, open en eerlijk,
mensen waarvan je op aan kunt.
Ze dienen in het dagelijks leven betrouwbaar over te komen in handel
en wandel, ze moeten niet verslaafd zijn en niet onder invloed.
Ze moeten geschikt zijn voor het ambt en een integer en onbesproken gedrag
vertonen.
In hun relaties tot voorbeeld van de gelovigen: de man van één
vrouw, trouw en een goed bestuurder van het eigen gezin.
In de eerste eeuwen van de kerk stonden de diakenen hoog in aanzien,
maar ook stonden ze dicht bij de mensen, zoals nu nog het geval is
in de oosterse kerken, waar het zelfstandig diakenambt altijd is blijven
functioneren.
Zij hebben een zeer belangrijke rol bij de viering van de Eucharistie,
sporen de mensen aan tot gebed en zingen het evangelie. Een diaken die
zijn ambt goed uitoefent, dwingt respect af en ontvangt de kracht om
met overtuiging te spreken, mensen te vertroosten en daadwerkelijk bij
te staan.
In latere tijd is in het westen de rol van de diaken teruggebracht tot
de liturgische functies aan het altaar, in het bijzonder als assistent
van de bisschop. Steeds meer werd het zelfstandige diakenambt een inleiding
op het priesterambt, dat dan ook als belangrijker en 'hoger' werd gezien.
Het tweede Vaticaans Concilie heeft voor de westerse kerk het zelfstandige
diakenambt hersteld en het ook opengesteld voor gehuwde mannen, die moeten
voldoen aan bovengenoemde bijbelse criteria en een passende opleiding
hebben ontvangen.
De Oud-katholieke kerken, die overigens geen verplicht celibaat kennen,
hebben in de volgende jaren dezelfde beslissing genomen en na rijp beraad
ook de vrouwelijke diaken erkend in haar roeping. De diaken heeft de
taak om de gelovigen toe te rusten en te informeren zodat zij in staat
zijn om te zien naar de naaste, dichtbij en ver weg. Als de diaken dit
werk aanpakt, enthousiast en uit volle overtuiging, dan zullen de parochianen
volgen: dan is er werkelijk sprake van een kerk in actie.
En daarnaast houden de leden van de kerk een eigen verantwoordelijkheid,
waardoor ze steeds weer eigen keuzes maken en elkaar daarin helpen
en respecteren.
Werken van barmhartigheid
En wie niet meer zou weten waarover het gaat, krijgt de zeven werken van barmhartigheid voorgehouden,
die de mensen vroeger uit het hoofd leerden:
- hongerigen voeden,
- dorstigen laven,
- vreemdelingen opnemen,
- naakten kleden,
- zieken verplegen,
- gevangenen bezoeken,
- doden begraven.
De opdracht van de gewijde diaken en van de gelovigen
Nieuwe aandacht voor het diakenambt
wil nog niet zeggen dat er nu ook sprake is van een ontwaakt roepingsbesef.
Er zijn in de voorbije jaren, ook in de Oud-katholieke kerk, mensen
gewijd die zeer waardevol werk hebben verricht, juist als diaken, maar
we zijn midden in een ontwikkeling die nog niet is te overzien en die
ook te maken heeft met een bezinning op het drievoudig apostolisch
ambt, dat de Oud-katholieke kerk hoog acht. Het functioneren van de
ambtsdragers in onze moderne samenleving betreft niet slechts de bisschop
en de priesters, maar raakt ook de invulling van het diakenambt.
In de parochies is er bereidheid om het diaconale werk van de kerk
gestalte te geven. Diaconale projecten vinden veel aandacht en krijgen
daadwerkelijke financiële steun van de gemeenteleden. Dit werk
vormt een deel van de vele functies die de gemeenschap mag uitoefenen.
We gaan er immers van uit dat alle gelovigen geroepen zijn Christus na
te volgen en de medemens te dienen. Sommige van die functies zijn gericht
op de opbouw van de parochie of van de kerk in ruimere zin. Maar de aandacht
en de bereidheid tot dienst gaan ook uit naar de samenleving waar we
als christenen deel van uitmaken, omdat we ook als mondige mensen leven
binnen de cultuur van onze tijd en dus in staat moeten zijn om Christus
zichtbaar te maken in de wereld omdat zijn liefde ons beheerst. We zullen
ernst moeten maken met de gave van de Heilige Geest die ons is geschonken
bij de doop en bij het vormsel. We mogen erop vertrouwen dat God ons
aanziet als waardevolle en bruikbare mensen en dat Hij ons toerust met
zijn gaven, als wij daar bewust en ernstig om bidden. En ook al ligt
de nadruk in deze brochure op het diaconaat, het is duidelijk dat die
functies ook betrekking hebben op het vieren van de liturgie, op de verkondiging
en de catechese, op het onderlinge pastoraat, op het bestuurswerk binnen
de parochie en de landelijke kerk.
= top =
Grote woorden?
Het lijkt alles bij elkaar heel veel en misschien zijn het voor menigeen
niet meer dan grote woorden, die ons niet echt raken. Het is een kenmerk
van moderne mensen dat ze graag wat afstand houden en meedoen op eigen
voorwaarden. Het knusse naar binnen gekeerde karakter dat generaties
lang ook oud- katholieke parochies stempelde, is uit de tijd geraakt
en er worden veel minder sociale contacten aangegaan via de kerk, zeker
niet als dat bindende verplichtingen oproept.
Gelukkig is dat anders als het gaat om de innerlijke relatie met God,
die veel mensen hartstochtelijk zoeken en dikwijls ook vinden in de kerk,
in de beleving van de liturgie, in de stilte van het kerkgebouw, in het
vertrouwen dat uitgaat van mensen die iets uitstralen van de liefde van
Christus.
Maar het evangelie spoort ons aan om dat niet te verbergen en om samen
met anderen te zoeken naar de zin van de Schrift en daarin onze eigen
identiteit te vinden. Het evangelie daagt mij uit om niet te leven voor
mijzelf maar om op weg te gaan, een nieuw mens te worden, een mens naar
Gods hart. De kerk is een open kerk geworden die bescheiden maar overtuigd
een plaats wil hebben binnen de samenleving.
Er zijn dus veel activiteiten
en er gebeurt veel verborgen, in alle
rust en stilte. Maar ondanks dat blijft helaas waar wat wel gezegd
wordt in het algemeen, namelijk dat er drie groepen mensen zijn:
- de weinigen die er voor zorgen dat er iets gebeurt;
- de velen die toezien hoe er iets gebeurt;
- en de overwegende meerderheid die er geen idee van heeft
wat er eigenlijk gebeurt.
Laten we er met elkaar aan werken, dat de weinigen velen worden!
Diaconaat in de moderne samenleving
Ondanks de enorme geldstromen
die worden aangewend en de inzet van talloze mensen blijven in de samenleving
de zorg en de aandacht voor mensen dikwijls achter bij de behoeften.
Meer en meer wordt dan ook een beroep gedaan op familieleden, goede buren
en vrienden van mensen die hulp nodig hebben.
Naar aanleiding van het euthanasiedebat in de Eerste Kamer op 10 april
2001, heeft de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. Dr. Joris Vercammen, aan
de vooravond van Witte Donderdag daags daarna, onder andere het volgende
gezegd:
'laat het duidelijk zijn: een samenleving waar de kwetsbare, de hulpbehoevende,
de lijdende niet langer op de eerste plaats gezien worden als een uitnodiging
tot goede zorg en grote liefde, die samenleving gaat er op vlak van menselijke
verhoudingen eeuwen op achteruit'.
Hoewel het hier in het bijzonder gaat om een vraag naar levensbeëindiging
van ernstig zieke of stervende mensen, is de vraag naar zorg en meeleven
oneindig groter. Mensen komen immers op zoveel manieren in de knel.
De vraag die we kunnen stellen:
"hoe wordt onze parochie een diaconale
gemeenschap?"
is gemakkelijk te beantwoorden. Niet praten maar doen,
niet overlaten aan anderen maar zelf beschikbaar zijn, je de zwakken
aantrekken en de woorden van de Heer Jezus herinneren, die zelf gezegd
heeft: Het is zaliger is te geven dan te ontvangen (Handelingen 20,35).
Een parochie die diaconale gemeenschap wil zijn, mag allereerst omzien
naar de huisgenoten van het geloof maar weet ook dat de grenzen niet
door ons worden bepaald. De Heer vraagt niet dat we de lasten van
de hele wereld op ons nemen of ons vertillen doordat we onverstandig
of ongestructureerd te werk gaan.
Maar zoals de kerk geroepen is om uit te gaan in de gehele wereld
om in woord en daad van Christus te getuigen, zo mogen we ook verwachten,
dat wij Hem zullen ontmoeten in de mensen die geen helper hebben, in
het hulpgeroep en in de tranen van het lijden (Matteüs 25,31-46).
Belangrijk voor een diaconale parochie is dat we weten wat zich voordoet
in ons midden, hoe de omstandigheden zijn van mensen, die we als gemeente
liefde en aandacht willen geven en waar nodig en mogelijk ook praktische
hulp.
Er zijn mensen die langdurig ziek zijn, die de bezwaren voelen van
de ouderdom, die hoe dan ook aan huis zijn gebonden of die arbeidsongeschikt
zijn geraakt.
Er zijn er die zich nutteloos voelen, bijvoorbeeld door werkloosheid
of doordat ze na hun pensionering ontdekten dat bestaande contacten geen
stand houden en dat hun leven zonder doel is geraakt.
Er zijn mensen die minder valide zijn en die haast nergens kunnen komen,
tenzij het echt noodzakelijk is en met grote inspanning.
Er zijn altijd mensen met financiële problemen, zelfs stille armen,
mensen met een heel klein inkomen waar haast nooit geld is voor de kinderen
of voor iets extra.
Er zijn mensen die alleen zijn, die zich eenzaam voelen en geen troost
kunnen vinden, die een groot verdriet meedragen en zelden iemand vinden
die wil luisteren.
Er zijn in onze parochie asielzoekers binnengelopen, die graag met medechristenen
willen praten, al is het maar met handen en voeten.
Er zijn mensen die het gelaat van Christus zoeken in het gezicht van
een medemens die openheid vertoont.
Een diaconale parochie wordt uitgedaagd om vindingrijk te zijn, gastvrij
en open. Een diaconale parochie zal veel mogen geven, maar nog veel
meer mogen ontvangen.
= top =
Overleg Missie Diaconaat en ontwikkelingssamenwerking
We hebben tot dusver veel aandacht gegeven
aan de gelovige onderbouwing van onze diaconale opdracht en de principiële
plaats die dit werk binnen de kerk inneemt.
Nu richten we ons op de praktijk in een overzicht dat laat zien hoeveel
er reeds gebeurt. Een klein wonder wanneer we beseffen dat we als Oud-katholieken
beperkte middelen hebben en dat we in veel op onszelf zijn aangewezen,
zeker als het gaat om hulp aan de zusterkerken binnen de Unie van Utrecht.
Alle parochies zijn diaconaal in die zin dat men tracht naar elkaar
om te zien. Veel parochies zijn allang in ruimere zin diaconaal of
missionair actief. Zij zijn betrokken bij plaatselijke, vaak oecumenische
hulpprojecten, bij inloophuizen en nemen deel aan landelijke acties
of projecten, soms op eigen initiatief, soms op aanbeveling van het
Diaconaal Bureau of de Missie Sint Paulus of via eigen buitenlandse
contacten, bijvoorbeeld met Orthodoxe kerken in Roemenië en andere
landen.
Ze verlenen internationale hulp via projecten van genoemde kerkelijke
instanties of kiezen zelf kleinschalige projecten uit. In veel parochies
wordt meegedaan aan schrijfacties van Amnesty International en/of worden
derde wereldproducten verkocht van ideële handelsorganisaties.
Het Diaconaal Bureau/SIOH (Oud-katholieke Stichting voor Internationaal
en Oecumenisch Hulpwerk), ontvangt giften uit de kerk en ook wel van
elders en verstrekt financiële bijdragen aan landelijke acties
en parochieactiviteiten op het terrein van het diaconaat. Ook helpt
deze instelling individuele leden van de kerk als deze in problemen
zijn geraakt en niet elders terecht kunnen. Verder vertegenwoordigt
ze de Oud-katholieke Kerk in oecumenische hulporganisaties.
De Missie Sint Paulus steunt kerkgemeenschappen buiten Nederland bij
de opbouw van hun locale werk en tracht een levend missionair bewustzijn
bij de leden van de Oud-katholieke Kerk op te wekken. Ook zij werkt
samen met soortgelijke instanties in buitenlandse Oud-katholieke Kerken
en met oecumenische instellingen.
De werkgroep Toerusting stimuleert en begeleidt parochies bij diaconale
en missionaire activiteiten, onder andere door het verzorgen van materiaal
en het organiseren van toerustingavonden voor de promotie van het jaarlijks
vastenproject.
Ook de werkgroep Mensenrechten geeft voorlichting over en organiseert
acties tegen de schending van mensenrechten.
In de landelijke kerk
is de laatste twintig jaar het besef gegroeid
dat missie en diaconaat opdrachten van de kerk zijn. Er is een diaconaal
consulent aangesteld, die tot taak heeft diaconale activiteiten te
ondersteunen en uit te breiden en de samenwerking tussen de verschillende
diaconale missionaire instanties te coördineren.
Tenslotte is een landelijk overleg ingesteld waarin alle instanties
die actief zijn op het gebied van missie en diaconaat vertegenwoordigd
zijn: het OMDO (Overleg Missie Diaconaat en Ontwikkelingssamenwerking)
.
Jezus trok door alle steden en dorpen en leerde in hun synagogen,'
hij predikte het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte
en kwaal. En toen hij de menigte zag werd hij met ontferming over hen
bewogen, omdat zij verwaarloosd en uitgeput waren als schapen zonder
herder. Toen zei hij tot zijn leerlingen: de oogst is wel groot, maar
er zijn weinig arbeiders. Bidt daarom de Heer van de oogst dat hij
arbeiders zal zenden in zijn oogst.
(Matteüs 9,35-38)
