
|
|
Op 29 november 2008 vierde de parochie het jubileum van 100 jaar kerkwijding. Immers de huidige parochiekerk was in 1908 gewijd. Voordien stonden op deze plaats een "huiskerk" (vanaf plm. 1633) en een nieuwgebouwde kerk (1870). De laatste moest wegens bouwvalligheid (slechte fundering) reeds in 1905 worden geloopt. Daarvoor in de plaats kwam de huidige kerk.
![]()
Zie voor een hanteerbare uitgave de opgemaakte pagina: JUBILEUMBOEK
![]()
| 1299 |
Het huidige Enkhuizen wordt in dit jaar voor het eerst vermeld in de Hollandse Rijmkroniek van Melis Stoke.
In 1204 blijkt er al een kapel te bestaan die aan Sint Gommarus was gewijd. Een zekere pastoor Hentius wordt dan in de archieven van de abdij van Egmond genoemd.
| 1311 |
De plaatsnaam Gommerkerspel wordt in dat jaar voor het eerste in de burgerlijke archieven genoemd.
Door de toename van de bevolking in Westfriesland ontstaan er onder invloed van de kerk een aantal karspelen (kerkelijke gemeenschappen): Hoogkarspel, Bovenkarspel en Gommerskarspel.
| 1355 |
Bij privilege van Graaf Willem V, getekend op 16 maart van dat jaar worden de twee kerspelen 'Sint Gommerskerspel' (gelegen aan de westzijde) en 'Sint Pancraskerspel' (buitendijks gelegen) samengevoegd. In het jaar 1356 ontvangen de samengevoegde kerspelen stadsrechten.
De parochianen van Gommerkerspel horen voornamelijk tot de boerenstand. Die van St. Pancras beoefenen voor een belangrijk deel de visserij.
In dit buitendijkse gebied stond de Pauluskerk waarover wordt vermeld dat een pastoor, genaamd Melchior, alleen kan bestaan door beurtelings dan bij de ene dan bij de andere parochiaan de maaltijd te gebruiken.
| 1421 |
Een grote overstroming verwoest grote delen van Holland en Zeeland. Deze ramp staat bekend als de "St. Elisabethsvloed". Behalve de buitendijks gelegen huizen van Enkhuizen wordt ook de kerk, gewijd aan St. Paulus, beschadigd. Men besluit deze kerk af te breken en meer westelijk (binnen de dijk) een nieuwe te bouwen. De bouw vindt vermoedelijk plaats nabij of op de plaats van bestaande kapel die gewijd was aan St. Pancratius. De nieuwe kerk wordt aan deze heilige gewijd.
| 1427 |
De bewoners van Gommerkerspel beginnen omstreeks dit jaar aan de bouw van de St. Gommaruskerk (beter bekend als de Westerkerk). Over de juiste data van de bouw zijn de historische bronnen niet eensluidend.
Bij de laatste restauratie (1998-2002) heeft men aan de hand van een jaarringonderzoek van balkhout uit de kap vastgesteld dat dit hout omstreeks 1460 was gekapt. De definitieve afwerking van de kerk moet dus na dit jaar hebben plaatsgevonden.
Tijdens de bouw van de beide parochiekerken die ongeveer gelijktijdig plaats vindt, is er sprake van enige rivaliteit. Dit werd veroorzaakt door de sociaal-economische tegenstellingen tussen de twee dorpen. De vissers van Enkhuizen (St. Pancratius-kerk) versus de landbouwers van de St. Gommaruskerk.
Behalve de twee kerken worden er ook kloosters gebouwd. Voor de vrouwen: St. Ursula (1420), het Caeciliaklooster (1441) vlak bij de St. Gommaruskerk, waarvan de kloosterkapel (Eucheriuskapel), nu ingericht voor de winkelstand, nog zichtbaar is.
Verder het Clara of Barrevoeterklooster (1441) en het St. Agnesconvent (1517). Voor de mannen: het Patershof (1457) en het Augustijnenklooster (1496).
| 1450 |
Bij de St. Pancraskerk wordt begonnen aan de bouw van toren. De torenbouw duurde ruim 70 jaren en wordt voltooid in 1524.
In 1530 wordt de top van de toren (de appel) met koper bekleed. De kosten van deze koperen top werden betaald uit de nalatenschap van pastoor Blaeuhulck die dit had bepaald in zijn testament, opgemaakt in Venetië, toen hij op de terugreis was uit het Heilige Land.
| 1451 |
De stad valt door een grote brand grotendeels ten prooi aan de vlammen. Later dat jaar verdwijnen door hoogwater en stormweer nog eens honderden huizen in de Zuiderzee.
Philips de Goede scheldt Enkhuizen voor een periode van tien jaar belastingen kwijt en voorkomt daarmee dat een groot aantal inwoners de geteisterde stad massaal verlaten. Door die maatregel komen er voldoende middelen beschikbaar om de wederopbouw van de stad te financieren.
| 1484 |
Het eikenhouten plafond van de St. Pancraskerk wordt beschilderd met taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament. In 1609 worden deze beschilderingen met een verflaag bedekt (waarschijnlijk onder invloed van de streng reformatorische stroming van die tijd - sterk anti-paaps!). Het duurt drie eeuwen voordat ze weer (met veel moeite) zijn blootgelegd. Bij de laatste restauratie in 1954 zijn ook enkele muurschilderingen te voorschijn gekomen, waaronder die van St. Joris en de Draak en Christophorus.
De huidige preekstoel is na de Reformatie, in 1610, geplaatst. Het orgel dateert uit de 16e eeuw, maar is in de loop der eeuwen vergroot, veranderd en vernieuwd. De grote orgelkast werd in 1621 gemaakt. Bij de laatste restauratie in 1988-1990 werd de toestand van 1799 hersteld, ook wat de kleuren betreft.
| 1494 |
Enkhuizen wordt een belangrijke 'waterstad'. Dat blijkt onder meer daaruit dat er in de periode 1493-1514 door schipbreuk en oorlogsgeweld 43 schepen verloren gingen.
Naar aanleiding van de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd begonnen met de aanleg van beschermende wallen rond de stad die in de loop der jaren steeds werden vergroot en aangepast.
| 1514 |
Volgens officiële gegevens telt Enkhuizen ongeveer 5000 inwoners
| 1538 |
Frans Pieterszoon Maakschoon (later 'verdeftigd' tot Maelson) geboren. Hij wordt in 1563 stadsgeneesheer en in 1572 stadspensionaris. In 1589 benoemden de Westfriese steden hem tot pensionaris of syndicus. Dit hangt samen met het, later mislukte, streven om West-Friesland tot een apart gewest te maken. Hij overlijdt plm. 1600.
| 1540 |
Er wordt begonnen aan de bouw van een belangrijke verdedigingspoort van de stad, die nu bekend staat als de Drommedaris. Deze naam kreeg ze in de loop van de 18e eeuw toen deze versterkingspoort tot taak kreeg de toegang van de zich steeds uitbreidende havens te beschermen.
Aan het half-rondeel zijn twee grote ankers opgehangen, waarmee de herinnering levend wordt gehouden aan de mislukte aanslag van de Geldersen op de stad in het jaar 1537. Toen probeerden vijf oorlogsschepen Enkhuizen te verrassen. Ze werden ´s nachts ontdekt door vissers. Om er snel vandoor te gaan werden de ankers van de schepen losgesneden. Het stadsbestuur heeft de ankers opgevist om te dienen als zegetekenen. De Drommedaris geldt nu als een ´symbool´ voor de stad Enkhuizen.
| 1542 |
In de St. Gommaruskerk wordt een koorhek geplaatst. Het beeldsnijwerk wordt door deskundigen geroemd als het mooiste uit de vroegrenaissance en een meesterwerk van klein-architectuur. Er werd aan gewerkt tot 1572, toen de katholieke eredienst werd vervangen door de reformatorische en het koorhek geen functie meer had.
De prachtig gebeeldhouwde preekstoel in de kerk met de afbeeldingen van de vier evangelisten dateert eveneens van voor de Reformatie: 1567.
| 1551 |
In de stad horen 60 grote schepen, 20 rijnvaarders en 160 haringbuizen thuis. Met name via de vaart op het Oostzeegebied komen in Noordelijk Holland ook nieuwe denkbeelden op godsdienstig gebied binnen. Dat baart de centrale Regering zorgen maar zij kan - vooral door de geografische gesteldheid van het gebied, veel waterrijker dan nu, - weinig doen om de verspreiding van onorthodoxe en daarom door haar verwerpelijk geachte denkbeelden - waarschijnlijk aanvankelijk vooral betrekking hebbend op de volwassenendoop - te verhinderen.
Een voorbeeld van deze perikelen is de pastoor van Krommeniedijk Heer Comelis Albertszoon, die in zijn huis gastvrijheid verleent aan een man (misschien een familielid?), om de verspreiding van 'erreuren' uit Leiden verbannen. Zelf verbiedt hij in de kerk kaarsen te branden voor het Sacrament en de Heiligen en weigert hij het Ave Maria te bidden.
Ontslagen door de kerkelijke autoriteiten blijft hij met de steun van zijn parochianen op zijn post zelfs nadat de baljuw onder scherpe bedreiging had gelast hem 'af te zetten'.
Omstreeks dit jaar wordt de uit Alkmaar afkomstige Cornelis Cooltuyn pastoor aan de St. Pancras-kerk. Hij was al bekend geworden door zijn vasthouden aan de oude kerkelijke gebruiken, gecombineerd met door reformatorische inzichten geïnspireerde preken. Dat bracht hem in problemen met het Hof van Holland. Door de bemiddeling van de hoogleraar Ruard Tapper, als Inquisiteur vertegenwoordiger van de kerkelijke instantie die toezicht moet houden op het bewaren van de zuivere leer maar kennelijk geen scherpslijper, loopt deze eerste confrontatie met de Overheid voor hem met een sisser af. Hierbij zal een rol hebben gespeeld dat Tapper een geboren Enkhuizer was.
Hij krijgt later opnieuw moeilijkheden met het Hof. Daarna vlucht hij naar Emden waar hij van 1559 tot zijn dood in 1567 predikant aan de 'Stadtkirche' is. Nog recent is hij aangeduid als 'de vader van de Hollandse Reformatie'.
| 1570 |
De 'Allerheiligenvloed', de ergste watersnoodramp uit de geschiedenis van ons land. Door de zeer hoge waterstand begaven talloze dijken aan de Hollandse kust het. Het binnenstromende water richtte een complete ravage aan. Het land langs de hele kust van Vlaanderen naar Groningen tot aan Noordwest-Duitsland toe werd overstroomd. In het bijzonder werd het gebied rond Antwerpen getroffen (het land van Saeftinghe, waar vier dorpen onder een dikke laag slib terechtkwamen). Maar ook Friesland (waar meer dan 3000 mensen omkwamen) en Zeeland hadden zwaar te lijden. In een brief van de hertog van Alva aan koning Philips II wordt vermeld dat maar liefst vijfzesde deel van Holland onder water stond.
Hoeveel mensen er zijn verdronken is niet precies bekend, maar men schat dat het aantal doden zeker boven de 20.000 moet hebben gelegen. Tienduizenden mensen werden dakloos en veestapels en wintervoorraden werden vernietigd.
Ook in Enkhuizen stonden de straten onder water.
| 1572 |
Op 21 mei werden de poorten van Enkhuizen voor de "prinsgezinden" geopend. De stad koos voor vrijheid waarvan Prins Willem van Oranje het symbool was, na jarenlange tirannie door de Spanjaarden (hertog Alva) waaronder de bevolking had geleden. Hierbij onderscheiden zich onder anderen leden van de Enkhuizer geslachten Semeyns, Buyskes en Blaeuhulck.
Op een balk in de Gummaruskerk wordt dit met deze spreuk herdacht:
In 't jaer vijftien hondert 't zeventigh twee
Is door Jehovae crachtige hant
't Pausdom verstooten uit dese stee
De ware Religie daerin geplant
Omdat velen de (Rooms) Katholieke Kerk als de medestander zag van het overheersende Spaanse bewind waren de geesten rijp voor de "nieuwe leer" van de Reformatie die ruim 50 jaren daarvoor (Maarten Luther) in gang was gezet.
| 1572 |
Op 22 mei houdt Rykert Claeszoon de eerste openbare Gereformeerde (Calvinistische) predikatie in de St. Pancraskerk.
Hoewel de Prins van Oranje een godsdienstige verdraagzaamheid voorstond bleek de haat tegen het Spaanse gezag en de daarmee collaborerende (Roomse) Kerk toch de oorzaak dat deze verdraagzaamheid tegenover de katholieken beperkt was.
Alles wat aan de 'Roomse' eredienst herinnerde werd uit de kerken verwijderd. Toch zouden de katholieken nog gelegenheid hebben gehad verschillende kostbaarheden veilig te stellen. De stenen altaren werden gebruikt als grafzerken (drie daarvan zijn teruggevonden bij de restauratie van de Zuiderkerk van 1998-2002). Een aantal beelden werden eerst overgebracht naar de zolder van het stadhuis en in 1654 in een moeras gedumpt.
| 1572 |
Op 24 juni worden vijf minderbroeders uit Alkmaar, gevangen door de "Geuzen", bij het stadhuis opgehangen. Deze vermoorde kloosterlingen worden bekend als de martelaren van Alkmaar.
Tijdens de beginjaren van de opstand tegen Philips II zijn meer mensen vanwege hun katholieke geloof vermoord (de meest bekenden zijn de martelaren van Gorkum die in de 19e eeuw heilig zijn verklaard). Daarna is dit in de Noordelijke Nederlanden zelden of nooit meer gebeurd. Toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden eenmaal een feit was geworden 'is niemand ooit om zijn geloof gemarteld' (Rogier). - Dat er in de wilde beginjaren van de Opstand slachtoffers vielen onder de Minderbroeders (Franciscanen) ligt waarschijnlijk aan hun militante opstelling jegens het Calvinisme.
Het stadsbestuur sluit de beide parochiekerken (de Gommaruskerk en de Pancratiuskerk) voor de katholieke eredienst en stelt deze ter beschikking aan de aanhangers van de Reformatie. Ook de kloosters worden gesloten en krijgen een andere bestemming. Aangezien de meerderheid van de burgers zich aansluit bij de prinsgezinden en de door hen gepropageerde "nieuwe leer" komen de "andersgezinde" (lees katholieke) stedelingen in de minderheid. Vanaf die tijd wordt het katholieken officieel verboden openbare erediensten te houden. Omdat de beide parochiekerken en ook de kloosterkerken voor de katholieken buiten gebruik werden gesteld moesten zij noodgedwongen elders gaan 'kerken'.
| 1572 |
Op 11 oktober verslaat de vloot van de Westfriese Watersteden onder Cornelis Dirckszoon, Burgemeester van Monnickendam, een in Amsterdam uitgeruste vloot onder Maximiliaan van Hennin, Graaf van Boussu. Deze slag staat bekend als de "Slag op de Zuiderzee".
Hiermee wordt Amsterdam, dat Koning Philips trouw is gebleven, van de zee en de zeehandel geïsoleerd. Deze situatie die tot 1578 duurt draagt in hoge mate bij tot de welvaart van Enkhuizen en de andere Watersteden.
| 1575 |
De stad ontvangt van Prins Willem van Oranje het "Paalkistrecht". Het Paalkistrecht was het recht om de betonning op de Zuiderzee aan te brengen en te onderhouden en daarvoor betaling te verlangen van passerende schepen. Het werd van Amsterdam afgepakt en aan Enkhuizen geschonken omdat Enkhuizen in 1572 de eerste stad in Holland was die, zonder inmenging van buitenaf, in opstand was gekomen tegen Philips II en zijn generaal Alva. Amsterdam bleef daarna toen nog jarenlang pro-Spaans. Dit privilege heeft ook bijgedragen tot de welvaart van de stad. In 1857 betaalde de Staat der Nederlanden een forse schadevergoeding aan de stad voor overname van dit recht.
| 1580 |
Op 25 augustus overlijdt Frederik Schenck van Toutenburg, aartsbisschop van Utrecht. Hij laat een 'ontredderde kerkprovincie' achter van welker organisatie niet veel meer over is dan het kathedraal kapittel van Haarlem waarvan de meeste kanunniken weigeren alimentatie (geldelijke steun) van de door Calvinisten gedomineerde Overheid te aanvaarden in ruil voor een belofte zich van katholieke zielzorg te onthouden.
Geleidelijk aan ontstaat een nieuwe organisatie van de katholieke kerk in Noord-Nederland waarin de invloed van het Vaticaan veel groter is dan tevoren. Aan het hoofd staat een priester met bisschopswijding die de titel 'apostolisch vicaris' draagt: plaatsvervanger van de bisschop van Rome (de Paus) en met de overige bisschoppen- in de lijn van de apostelen.
| 1585 |
Cornelis Jansen (Cornelius Jansenius) wordt geboren te Leerdam. Hij wordt in 1618 hoogleraar te Leuven en in 1631 bisschop van Ieper, waar hij in 1638 overlijdt aan de pest. Zijn denkbeelden spelen een belangrijke rol bij de theologische meningsverschillen over de 'Goddelijke genade' en de 'menselijke vrije wil'. In 1640 verschijnt postuum Jansenius' werk over deze opvattingen.
| 1589 |
Joannes Noems, pastoor te Enkhuizen, wordt kanunnik van het Haarlemse kathedraal kapittel. Hij was waarschijnlijk de eerste in Enkhuizen residerende priester na de Reformatie. Tien jaar later overleed hij. Waarschijnlijk is hij opgevolgd door zijn naamgenoot Nicolaas Noems over wie vrijwel niets bekend is, behalve dat hij in 1626 is overleden in Haarlem, als deken van het Kapittel.
| 1593 |
Begin van de aanleg van nieuwe vestingwerken, naar plannen van mr. Adriaen Anthoniszoon van Alkmaar. Deze geschiedt 'op de groei' in de verwachting dat Enkhuizen nog meer in welvaart en bevolking zal toenemen. Dit komt niet uit.
| 1602 |
Joannes Bogerman (1576-1637) is tot 1603 predikant te Enkhuizen. Deze steile Calvinist heeft een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse kerkgeschiedenis, onder meer als voorzitter van de synode van Dordrecht waar een aanzet werd gegeven voor de zogenaamde Statenvertaling van de Bijbel.
| 1602 |
Op 20 maart 1602 wordt de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht (VOC). Enkhuizen is één der voornaamste van de zes Kamers waar 536775 gulden wordt ingelegd. Een deel van dit geld is waarschijnlijk afkomstig van Amsterdamse kapitalisten.
| 1605 |
Enkhuizen wordt een belangrijke haven voor de invoer van Deense ossen, ten behoeve van de vetweiderij in het Noorderkwartier. De ossenmarkt wordt georganiseerd door Frederik Dirks Tatinghof uit Eiderstedt die in 1596 burger van Enkhuizen was geworden. In zijn herberg verblijven tijdens het marktseizoen Lutherse geloofsgenoten van hem, andere Lutheranen vestigen zich permanent in Enkhuizen. Hun pogingen om vrijheid van godsdienstoefening te verkrijgen stuiten op tegenkanting van het stadsbestuur, stellig geïnspireerd door de contra-remonstrants (steil Calvinistisch) georiënteerde Gereformeerde kerkenraad.
Pas in 1632 mogen buitenlandse kooplieden tijdens het marktseizoen Lutherse kerkdiensten houden. In 1641 krijgen de Enkhuizer Lutheranen eindelijk toestemming de ververij 'De Blaauwe Handt' aan de Noorder Boerenvaart als kerkgebouw te gaan gebruiken. Dit gebouw heeft tot 1843 als Evangelisch-Lutherse kerk dienst gedaan. De kansel uit 1735 in Barokstijl, heeft fraai houtsnijwerk met Bijbelse taferelen.
In 1843 verhuisde men naar de huidige kerk aan de Breedstraat 40.
| 1614 |
Augustinus de Wolf (1585-1635) komt waarschijnlijk in dit jaar als priester naar Enkhuizen. Hij sticht in het Westeinde een huiskerkje, gewijd aan St. Jan, en later, waarschijnlijk in 1632 of 1633, een huiskerk gewijd aan St. Gommarus in een voormalig pakhuis aan de Breedstraat (op de plaats van het huidige Oudkatholieke kerkgebouw). Hij wordt in 1617 kanunnik van het Haarlems Kapittel.
Schuilkerk of huiskerk?
De term 'schuilkerk' wordt tegenwoordig veel gebruikt. Hij heeft echter waarschijnlijk pas in de 19e eeuw burgerrecht gekregen. De Republiek kende zeker na het einde van de Tachtigjarige Oorlog een voor Europa unieke mate van tolerantie (waarvoor de katholieken wel moesten betalen in klinkende munt). Godsdienstige bijeenkomsten van wie niet tot de 'publycke kerck' behoorden waren in het algemeen wel toegestaan mits de plaats van samenkomst niet uiterlijk herkenbaar was als kerkgebouw. Een uitzondering vormden meestal de Lutherse kerkgebouwen -. Iedereen wist wel waar deze bijeenkomsten plaats vonden. Meestal was dit in daartoe verbouwde woon- of pakhuizen. Het is dus beter om te gewagen van 'huiskerken'.
| 1625 |
Bouw van het Peperhuis (dit pakhuis wordt in 1681 eigendom van de VOC). Daarin is nu een deel van het Zuiderzeemuseum gevestigd.
| 1632 |
Volgens het Verpondingsregister telt Enkhuizen 3615 huizen binnen en 315 buiten de wallen, 63 zoutketen, 8 korenmolens, 2 volmolens, 2 zaagmolens, 1 kalkoven, 58 bokkinghangen, 5 schuitenmakerijen en 16 lijnbanen.
Brouwer merkt terecht op dat een zeer belangrijke bedrijfstak ontbreekt: de bouw van kustvaarders en zeeschepen.
| 1633 |
Dit jaar wordt genoemd als dat waarin op de Breedstraat een pakhuis in gebruik wordt genomen om de eredienst te vieren volgens de (Rooms) Katholieke traditie.
De burgers die het Katholieke geloof aanhingen waren toendertijd zeer in de minderheid. Dit voormalige pakhuis werd als kerk gewijd aan de H. Gummarus, de patroonheilige van de voor de katholieke eredienst verloren gegane Gommarus-kerk.
| 1633 |
De Haarlemse barokschilder Pieter Franszoon de Grebber, naaste familie van pastoor De Wolf, vervaardigt voor diens kerk een altaarschilderij, voorstellende de Kruisafneming.
| 1636 |
Uit een telling, gehouden in dat jaar, blijken er 400 (volwassen) personen ter communie te gaan. De Enkhuizer bevolking bestond toen uit ongeveer 21.000 inwoners. Deze cijfers geven aan dat de overgrote meerderheid van de bevolking gekozen had voor "de nieuwe leer".
| 1640 |
(elders: 1652) Oprichting van de St. Pancratiusstatie aan het Venedie. De huiskerk aan de Breestraat kon hooguit 250 gelovigen herbergen. Daarom was een tweede kerk noodzakelijk. Deze wordt gewijd aan de H. Pancratius, de patroonheilige van de tweede verloren gegane kerk.
Eerste pastoor is Augustinus van Oyzel, gewezen Calvinistisch predikant. Later, plm. 1680, is het waarschijnlijk de, al of niet fictieve, bewoner van dit huis, Jacobus Tapper, die problemen ondervindt omdat er 'paapsche' bijeenkomsten plaats vinden.
| 1640 |
Postume publicatie van het boek van Jansenius (zie ook onder 1585) over Augustinus, ofwel de leer van Augustinus over de gezondheid van de menselijke natuur en haar ziekte.
Ofschoon het boek aan de Paus is opgedragen wordt het door Rome veroordeeld omdat het teveel de nadruk zou leggen op de macht en majesteit Gods en te weinig op 's mensen eigen mogelijkheden om aan de verwerving van het eeuwig heil mee te werken. Vijf stellingen die in het boek te vinden zouden zijn worden in 1653 door Paus Innocentius X als ketters veroordeeld. Daarmee begint een controverse die zeker tot de Franse Revolutie de kerk verdeeld houdt. Velen houden vol dat de stellingen niet door Jansenius zijn geleerd, anderen dat deze de ware leer van de Kerkvader Augustinus bevatten. Paus Alexander VII verplicht alle geestelijken in 1656 de stellingen te verwerpen 'in de zin van de schrijver, zoals de Heilige Stoel deze veroordeeld heeft'. Dit betekent het begin van een theologische strijd tussen de voorstanders van een rigoristische (strenge) genadeleer die met de zogeheten 'Jansenisten' worden geïdentificeerd en degenen die meer nadruk leggen op hetgeen de mens middels zijn vrije wil kan doen om het eeuwig heil te bereiken.
Laatstgenoemden vindt men vooral bij degenen die onder invloed staan van de in de 17c eeuw zeer machtige Jezuïetenorde. Een brandpunt van 'Jansenisme' is het in 1204 gestichte Cisterciënserinnenklooster van Port-Royal-des-Champs bij Parijs waar in 1609 de oude kloostertucht was hersteld door de 18-jarige (!) abdis Mère Angelique Amauld. Dit wordt het middelpunt van een gemeenschap van vrouwen en mannen die zich kenmerkt door 'diepe vroomheid, soberheid in uiterlijk en levenswandel, lichamelijke en geestelijke arbeid en betrokkenheid bij de belangrijke strijdvragen van de tijd' - aldus de huidige bisschop van Haarlem in zijn boek over de Oud-Katholieke Kerk uit 1999.
Door haar mentaliteit vormde de gemeenschap rond Port-Royal als het ware een levende aanklacht tegen het wufte leven aan het Franse Hof. In de periode 1709-1711 werd het op last van Koning Lodewijk XIV gesloten en met de grond gelijk gemaakt.
| 1652 |
Aan het Spaans Leger wordt een huiskerk ingericht die wordt gewijd aan St. Franciscus Xaverius en vanaf het begin lange tijd bediend wordt door één of meer Paters Jezuïeten. Hieruit is veel later de huidige Rooms-Katholieke parochiekerk van Enkhuizen ontstaan
| 1653-1654 |
De Enkhuizer markt voor Deense magere ossen verplaatst zich naar Amsterdam.
| 1654 |
De in 1572 op de zolder van het stadhuis opgeborgen kerkelijke schatten, afkomstig uit de voor de protestantse eredienst bestemde kerken, worden alsnog vernietigd.
Nadat de beeldenstorm in 1566 Enkhuizen was voorbijgetrokken en ook de omwenteling in 1572 zonder vernielingen gepaard was gegaan, kregen de streng calvinistische stadgenoten genoegdoening door de vernietiging van deze beelden en voorwerpen.
Pastoor Voets constateert daarover: 'Er is veel verloren gegaan, maar wij kunnen hun standpunt begrijpen; beter een afstraffing van dode voorwerpen dan die van levende personen.'
| 1665 |
Enkhuizen en Alkmaar besluiten tot aankoop van een logement voor hun afgevaardigden te Den Haag. Na liquidatie stond het tot in onze tijd bekend als 'Hotel de Twee Steden'
| 1677 |
De Vroedschap besluit op 31 mei tot aankoop van een Hemony-'klockwerk' voor de Drommedaris.
| 1678 |
De verminderde welvaart dwingt tot verlaging van de salarissen der stadsdienaren.
| 1681 |
Besluit tot de bouw van een nieuw stadhuis. Dit besluit wordt genomen ondanks de afnemende welvaart.
| 1689 |
De Negen-jarige Oorlog breekt uit. Tijdens deze en de daarop volgende Spaanse Successie-oorlog heeft de welvaart van Enkhuizen, en vooral de haringvangst, zwaar te lijden. Een dieptepunt vormt het jaar 1706 wanneer maar één haringbuis met zes last vis binnenloopt!
| 1694 |
In verband met de heersende oorlogsomstandigheden wordt de belastingdruk groter, zoals belasting op tuinen, veldschuiten enz.
| 1699 |
Omdat men hem verdenkt van 'Jansenistische' dwalingen wordt Apostolisch Vicaris Petrus Codde in september naar Rome ontboden. Hij weigert daar het formulier te ondertekenen waarin de stellingen toegeschreven aan Jansenius worden veroordeeld en wordt vervolgens in 1702 afgezet. Enkele jaren later, in 1713, worden door Paus Clemens XI in de bulle 'Unigenitus' 101 stellingen veroordeeld die getrokken zouden zijn uit het in 1672 verschenen boek 'Réflexions morales sur ie Nouveau Testament' van Pasquier Quesnel.
| 1721 |
De kerkenraad van de Lutherse gemeente krijgt vergunning voor haar lidmaten in haar kerk, in plaats van de Gereformeerde, te mogen trouwen.
| 1723 |
Tegen de schorsing van Codde en de veroordeling van Quesnel ontstaat verzet, met name in de Republiek en in Frankrijk. Een groep Nederlandse geestelijken en gelovigen weigert zich neer te leggen bij de Romeinse maatregelen en gaat men over tot de keuze van een eigen aartsbisschop. Zo ontstaat wat aangeduid gaat worden als de 'Rooms-Katholieke Kerk der Oud-Bisschoppelijke Clerezij', de huidige Oud-Katholieke Kerk. Hiervoor kiezen ook de pastoors van de Breedstraat, het Venedie en het Westeinde met een deel hunner parochianen.
| 1725 |
Theodorus Spoors, pastoor te Hoogkarspel, overlijdt op 21 juni. Hij laat een fonds na, in principe bestemd voor de parochie Hoogkarspel 'alst god belieft datter eens vrede indese on se Hollantse kerck mogte komen, en datter in Hoogkarspel Een Pastoor quam, van de kant der welmenende Cleresie'.
Dit fonds is tot 1834 afzonderlijk geadministreerd door de kerkmeesters van de parochie aan de Breedstraat.
| 1730 |
De Staten van Holland verordineren dat er geen kerken gebouwd of verbouwd mogen worden, zonder toestemming van de burgerlijke overheid.
De Koepoort verkrijgt haar huidige gedaante door plaatsing van een koepeltje met uurwerk.
| 1731 |
Opheffing van de parochie aan het Westeinde omdat veel gelovigen zijn overgegaan naar de 'pausgezinden'.
| 1732 |
De toestand der zeeweringen baart ernstige zorgen omdat veel schade wordt aangericht door de teredo of paalworm.
| 1734 |
Er worden 240 lantaarns geplaatst waardoor Enkhuizen over straatverlichting beschikt.
De Joodse burgers krijgen toestemming hun godsdienst vrij en ongehinderd uit te oefenen ten huize van één hunner.
| 1740 |
(-1741) Het monumentale huis voor de familie Snouck van Loosen aan de Dijk wordt gebouwd. In de 20e eeuw wordt dit bestemd voor de huisvesting van oudere dames van de "betere stand".
| 1748 |
De Joodse gemeente krijgt de beschikking over een terrein ten zuiden van de Koepoort om dit als begraafplaats in te richten.
| 1750 |
Rond het midden van de 18e eeuw loopt het aantal van degenen die de Clerezij I trouw blijven belangrijk terug. Waarschijnlijk is een belangrijke oorzaak dat van de zijde der pausgezinden wordt verbreid wat een gevoel van 'heilsonzekerheid' is genoemd: twijfel of men geen zware zonde begaat wanneer men het pauselijk gezag niet gehoorzaamt. Ook heeft zeker een rol gespeeld het dispuut binnen de Clerezij over de vraag of het geoorloofd was rente te vragen voor uitgeleend geld.
| 1750 |
Jacob Mossel (1704-1761), die nog in 1720 als lichtmatroos was uitgevaren, wordt Gouverneur-Generaal in de Oost-Indiën.
| 1778 |
Op 24 november is er de eerste misviering in de rooms-katholieke kerk van St. Franciscus Xaverius aan de Harpstraat bij de Westerstraat.
| 1781 |
De parochiegemeenschap van de H. Pancratius kerk aan het Venedie wordt na de dood van hun pastoor Timmer in 1780, samengevoegd met de parochie van de huiskerk aan de Breedstraat. De bisschop zag geen kans een opvolger voor pastoor Timmer te benoemen.
Door deze samenvoeging ontstond de parochie van de H.H. Gummarus en Pancratius, waarvan de parochiekerk op de Breedstraat staat.
Het Oeconomisch Werkhuis waar onder meer doek wordt geweven en netten worden gebreid begint zijn werkzaamheden.
| 1787 |
Vanuit Enkhuizen varen nog 44 schepen ter haringvangst, tegen uit andere havens: de Rijp 17, Vlaardingen 81, Maassluis 24, Amsterdam 6, Delfshaven 4, Rotterdam 2, Schiedam 1.
| 1787 |
Per 25 januari schaffen de Staten van Holland alle 'bienvenu's', recognitie- en admissiegelden af waarmee de rooms-katholieken tot dan toe belast waren.
| 1789 |
Verkoop van het kerkgebouw aan het Venedie aan de Doopsgezinde gemeente: van de verkoop worden o.a. uitgezonderd de beelden van St. Willibrord en Bonifatius en de 'communibank'
| 1791 |
Op 12 augustus wordt de synagoge aan de Zuider-Havendijk plechtig ingewijd.
Dit Godshuis wordt nu gebruikt door een van de Apostolische denominaties.
| 1795 |
Als gevolg van het ontstaan van de Bataafse Republiek komt op 23 januari de stadsregering in handen van Provisioneele Representanten van het Volk binnen de Stad Enkhuizen.
Op 27 februari worden door het bewind der Bataafsche Republiek de Admiraliteitscolleges opgeheven.
| 1795 |
Blijkens de eerste algemene volkstelling in het najaar heeft Enkhuizen (nog maar) 6803 inwoners.
| 1798 |
Volgens de opgave der kerkbesturen telt Enkhuizen 6529 gereformeerden, 760 Rooms-katholieken, 76 leden der Oud-Bisschoppelijke Clerezij, 354 Lutheranen, 121 Doopsgezinden en 105 Israëlieten
| 1798 |
Op 24 maart verklaart het raadslid Jan Botman zich tegen afschaffing van het ambtsgebed.
| 1799 |
Van 24 september tot 11 oktober heeft Enkhuizen een bezetting van Britse mariniers
| 1803 |
Enkhuizen telt 315 onbewoonde huizen. Sinds 1795 zijn er 93 gesloopt (in deze tijd worden als enige bestaansmiddelen van de stad genoemd handel in 'kaas en puin').
| 1809 |
Vanaf 1 november is in de voormalige Compagniesgebouwen aan de Wierdijk het Koninklijk Instituut der Elèves voor de Marine gevestigd dat tot 1 januari 1812 - Nederland is inmiddels ingelijfd bij het Franse Keizerrijk - blijft bestaan
| 1813 |
Op 30 november verklaart de Raad zich van het Franse bewind ontslagen.
De stad komt enige tijd daarna opnieuw in het genot van het Paalkistrecht (zie 1572).
| 1816 |
Het voormalig Oostindisch Huis aan de Wierdijk wordt op 11 juni door brand verwoest.
| 1822 |
Op 17 december brandt het Oeconomisch Werkhuis af
| 1823 |
Tot 1827 heeft de uit Emden afkomstige reder P.J. Abegg zijn bedrijf, later overgenomen door de Amsterdamsche Haringreederij, in Enkhuizen. Hiervoor havenen in 1823 een 29-tal buizen en hoekers in de stad.
| 1824 |
Koning Willem I bepaalt bij Koninklijk Besluit dat voor bouw en verbouw van kerken de goedkeuring vereist is van het ministerie van Openbare Werken en Waterstaat. Vanaf het midden van de negentiende eeuw hebben de ingenieurs van dit ministerie grote invloed op de uitvoering daarvan. Hierdoor ontstaat een aantal kerken die qua bouwstijl op elkaar lijken, met een representatieve voorgevel met klassieke elementen zoals zuilen, pilasters en timpanen, de zogenoemde 'waterstaatstijl'.
| 1825 |
Men begint met het transport van weeskinderen naar de 'Weldadigheidskolonie' te Veenhuizen vanwege gebrek aan geld en middelen.
| 1830 |
Hoewel er onder de Bataafse Republiek reeds het verbod was uitgevaardigd niet meer in de kerken te begraven was het stadsbestuur niet bij machte daar onmiddellijk gevolg aan te geven. Reeds in 1796 werd daarvoor uitstel gevraagd. Maar het duurde nog tot 1830 voordat de openbare begraafplaats daarvoor was ingericht.
| 1836 |
In verband met de achteruitgang van de scheepvaart op de Zuiderzee wordt een nieuwe regeling voor de bebakening en betonning getroffen (Paalkistrecht) waarbij de stad een jaarlijkse vergoeding ontvangt. Dit recht wordt in 1854 afgekocht.
| 1837 |
Cornelis Kuyper van der Stam sterft in dat jaar. Deze schreef meer dan 150 liederen voor de eredienst. Zes hiervan komen nog steeds voor in het Oud-Katholiek Gezangboek.
| 1838 |
Te Enkhuizen wordt een kantongerecht gevestigd dat tot 1876 blijft bestaan.
| 1849 |
Mejuffrouw Margaretha Johanna de Vries overlijdt op 2 juli. Zij laat 70000 gulden na aan het Gereformeerde Weeshuis. Dit maakt het mogelijk de verpleging der wezen weer in eigen beheer te nemen. De wezen uit Veenhuizen keren terug.
| 1854 |
De Latijnse School wordt Gymnasium.
Door de economische malaise is handel en nijverheid nauwelijks aanwezig. De stad telt 235 onbewoonde huizen.
Het Rijk koopt de jaarlijkse uitkering uit hoofde van het vroegere Paalkistrecht af; hierdoor kan de stad alle schulden aflossen.
| 1858 |
Vijf jaar na het tot stand komen van de rooms-katholieke hiërarchie in Nederland wordt de rooms-katholieke parochie te Enkhuizen opgericht.
| 1865 |
Het kerkbestuur van de Oud-Katholieke parochie ontvangt een brief van de stadsarchitect waarin gewezen wordt op de slechte toestand van pastorie en kerkgebouw aan de Breedstraat.
| 1867 |
De Heren Sluis & Groot vestigen in het Westeinde een bedrijf voor zaadteelt en zaadhandel. Deze bedrijven floreren tot op de huidige dag.
| 1869 |
Op 10 januari wordt de laatste dienst gehouden in de 17e-eeuwse kerk aan de Breedstraat. Na sloop wordt een nieuwe kerk gebouwd. Bouwpastoor is J.J. van Thiel.
| 1870 |
10 mei plechtige inzegening van het nieuwe kerkgebouw aan de Breedstraat, een ontwerp van de stadsarchitect van Medemblik, A.F. van Wijngaarden. Ook deze kerk heeft elementen van de 'waterstaatstijl'.
| 1870 |
Op het eerste Vaticaanse Concilie kondigt Paus Pius IX het dogma der pauselijke onfeilbaarheid af: de Paus kan niet dwalen wanneer hij als hoofd der Kerk een uitspraak doet over geloof of zeden en alle Christenen verplicht die aan te nemen.
Hiertegen wordt geprotesteerd door vele priesters en gelovigen, met name in het Duitse Rijk, Oostenrijk en Zwitserland. De leiders van deze protestbeweging zoeken contact met de Clerezij. Deze bewijst hen een grote dienst door voor deze 'oud-katholieken' een bisschop en priesters te wijden. Door deze ontwikkeling wordt de Clerezij uit haar isolement verlost en evolueert zij van Clerezij naar Oud-Katholieke Kerk.
| 1872 |
De drie laatste Enkhuizer haringbuizen worden verkocht; dit betekent op termijn ook het einde van de nettenbreierij in het Oeconomisch Werkhuis, het Taan- en Boethuis en de lijnbaan 'De Groote Visscherij'.
| 1872 |
Tot 1875 worden onder meer door de aanleg van stroomleidende dammen in het Krabbersgat de haven sterk verbeterd.
| 1875 |
Op 15 juli wordt de stoombootveerdienst Enkhuizen-Stavoren geopend.
Men besluit ook tot de aanleg van de spoorlijn Zaandam-Enkhuizen (gereed 1885)
| 1885 |
Op 30 oktober overlijdt Vrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen. Uit haar nalatenschap worden onder meer bekostigd het Snouck van Loosenpark en de Snouck van Loosen-Ziekeninrichting. De armenkas van de parochie aan de Breedstraat ontvangt van haar een legaat van 1000 gulden.
| 1889 |
Een hoogtepunt van de toenadering tot de Clerezij van priesters en gelovigen, die tegen het dogma van de Pauselijke onfeilbaarheid in 1870 protesteren, is het tot stand komen van de Utrechtse Bisschopsverklaring van 24 september, die men beschouwen kan als de 'grondwet' van de hedendaagse Oud-Katholieke Kerk. Tegelijk komt als internationaal overlegorgaan de Internationale Bisschoppenconferentie tot stand.
| 1889 |
Bij een onderzoek door de stadsarchitect Van der Meulen blijkt het funderingshout van aan de achterzijde en de zijkant van de gebouwen aan de Breedstraat totaal verrot terwijl de heipalen te kort blijken te zijn. Hij adviseert de pas in 1870 gebouwde kerk af te breken.
Dit is een pijnlijk advies. Binnen één generatie parochianen zou er daardoor twee keer een kerk moeten worden gebouwd ....
Er zijn voor nieuwbouw echter geen fondsen beschikbaar.
| 1892 |
Nadat de in 1781 gesloten kerk aan het Venedie enkele jaren ongebruikt leeg had gestaan was deze verkocht aan de Doopsgezinden (Mennonieten) (zie 1789).
Deze bouwen nu op de plaats van dit gebouw een nieuwe kerk. Het gemeentebestuur adviseerde namelijk om de kerk te slopen omdat hij gevaar zou opleveren voor de passanten!
Deze nieuwe doopsgezinde 'Vermaning' is tegenwoordig van architectuurhistorische waarde: het geldt als een representatief voorbeeld van een neo-renaissance kerkje; de hoofdvorm en het interieur, met de aanwezige bankjes, het spreekgestoelte en de koperen luchter, zijn gaaf bewaard gebleven. Het vormt dan ook een beeldbepalend element in de straat. Het is typisch een eind 19de-eeuwse Vermaning in de bebouwde kom die openlijk aan de weg treedt.
| 1905 |
De slechte staat van de kerk en pastorie aan de Breedstraat blijkt praktische gevolgen te hebben. In oktober stort het plafond van de pastorie naar beneden. Enige tijd later gebeurt dat met het gewelf boven het zangkoor. Noodgedwongen wordt uitgeweken naar een tijdelijk onderkomen in een woonhuis aan de Westerstraat (nu de winkel van Sprookjes Wonderland).
| 1905 |
In het najaar worden bij Fred. Muller te Amsterdam belangrijke pretiosa uit het bezit der parochie geveild om geld te verkrijgen voor nieuwbouw.
Hiertoe behoort een zilveren Gummarusbee1d en een beeld van Maria met Kind. Ook het orgel wordt verkocht (thans te Zuid Schermer) en het altaarschilderij van Pieter de Grebber (thans in het Rijksmuseum).
| 1908 |
Met een plechtige dienst - in het Nederlands - wordt op 29 november het nieuwe kerkgebouw ingewijd. Dit gebeurt door de Bisschop van Haarlem, Mgr. dr. J.J. van Thiel, onder wiens pastoraat ooit het vorige kerkgebouw tot stand was gekomen.
| 1911 |
Op 3 september wordt voor het eerst de eucharistie gevierd in de landstaal.
| 1914 |
Andreas Rinkel is pastoor te Enkhuizen (tot 1923). Hij begint daar het werk aan de grote dogmatiek dat leidt tot een fundamentele vernieuwing van de theologiebeoefening in de Oud-Katholieke Kerk.
| 1916 |
Op 13-14 januari wordt Noord-Holland als gevolg van een zware storm geteisterd door een watersnood. Het nabij gelegen dorp Andijk loopt gedeeltelijk onder. Deze ramp geeft een krachtige impuls aan het streven naar inpoldering van de Zuiderzee of een gedeelte daarvan
| 1928 |
Begin van de aanleg van de Afsluitdijk die op 28 mei 1932 wordt gedicht. Met dit grote werk begint feitelijk de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee. Deze betekent het einde van de Enkhuizer ansjovis-, haring- en botvisserij. Deze maakt plaats voor de visserij van paling en snoekbaars.
| 1929 |
Begin van de grote economische wereldcrisis. Deze treft op den duur ook Enkhuizen zwaar. Een rampzalige ontwikkeling is de debacle van de n.v. Wed. S. Lakenman's Bank in 1936, die diverse belangrijke andere Enkhuizer bedrijven in haar ondergang meesleept.
| 1931 |
Na het overlijden van pastoor G. van der Poll begint een periode waarin het pastoraat van de parochie aan de Breedstraat gecombineerd wordt met dat van een andere parochie. De eerste deservitor is B.A. van Kleef, pastoor te Egmond aan Zee.
| 1941 |
Burgemeester J.C. Haspels verzet zich in de zomer van dat jaar tegen maatregelen van de Duitse bezetter waarmee deze Joodse kinderen wil verwijderen uit het normale openbare onderwijs.
| 1943 |
J.A.J. van Zanten, pastoor van de oud-katholieke parochie van de H.H. Gummarus en Pancratius van Enkhuizen en aartsbisschop Andreas Rinkel, oud-pastoor van dezelfde parochie, schrijven een brief in juni aan de Duitse bezetter, waarin zij op grond van het evangelie protesteren tegen de maatregel van de bezetter genomen in april 1943 om Joden in gemengde huwelijken te steriliseren. Met deze brief sluit de oud-katholieke parochie van Enkhuizen tezamen met andere kerkbesturen en bisschoppen van de Oud-Katholieke Kerk zich aan bij het protest van 9 kerken die een maand eerder, op 19 mei, tegen deze maatregel hadden geprotesteerd.
Abel Herzberg (in: Kroniek der jodenvervolging) schrijft dat dit protest van de kerken "tot het mooiste Nederlands behoort dat ooit in het Duits is geschreven."
| 1948 |
S. J. Bouma (1899-1959) wordt directeur van het recent opgerichte Zuiderzeemuseum. Hij geeft de eerste aanzetten tot de inrichting van het Binnenmuseum in het Peperhuis en maakt plannen voor een Buitenmuseum op het Kooizand die echter pas vanaf 1983 worden gerealiseerd. Mede op grond van zijn werk in Enkhuizen wordt hij vanaf 1950 in feite het creatieve genie achter Madurodam.
| 1963 |
Begin van de bouw van de dijk van Enkhuizen naar Lelystad. De Krabbersgatsluizen bij Enkhuizen in deze dijk komen in 1971 gereed.
| 1968 |
Op 5 juni wordt de Raad van Kerken Enkhuizen opgericht. Op 31 oktober, hervormingsdag, vindt de presentatie plaats van de Raad van Kerken in de Rooms-Katholieke Kerk van de H.Franciscus Xaverius aan de Westerstraat. Leden zijn de Oud-Katholieke Parochie, de Rooms-Katholieke Parochie, de Doopsgezinde Gemeente, de Hervormde Gemeente, de Evangelisch-Lutherse Gemeente, de Gereformeerde Kerk. Later treedt ook het Leger des Heils toe en worden de Zevende-dags Adventisten en het Apostolische Genootschap gastlid.
| 1983 |
Op de laatste zondag van het kerkelijke jaar, op 20 november 1983, wordt het 75-jarig bestaan van het oud-katholieke kerkgebouw aan de Breedstraat gevierd in een viering, waarin de bisschop van Haarlem, mgr. G.A. van Kleef, voorgaat. Vier stellen kerkelijke gewaden worden als cadeau aan de parochie geschonken door de maakster, mw. B. Veerman-de Jong uit Hilversum.
| 1984 |
Begin van de restauratie van de uit 1700 daterende communiebank en de 18e eeuwse beelden in de Oud-Katholieke Kerk aan de Breedstraat. Met de restauratie wordt de communiebank ontdaan van diverse lagen van verf, die gedurende eeuwen zijn aangebracht. Daarna wordt de polychrome verflaag hersteld, sommige onderdelen delen zijn als imitatiemarmer of verguld geschilderd. De restauratie wordt op 18 juni 1986 feestelijk afgesloten in aanwezigheid van de bisschop van Haarlem, mgr. G.A. van Kleef, de burgemeester en andere genodigden.
| 1988 |
Het boek 'Sint Gommer en Sint Pancras' verschijnt. De Enkhuizer diaken-pastorale werker van de Oud-Katholieke parochie, Wim de Boer, geeft in dit boek een bijdrage aan de kerkgeschiedenis van Enkhuizen.
Het boek is een uitgave van de Vereniging Oud Enkhuizen. Op 20 augustus 1988 wordt diaken de Boer, die in de Oud-Katholieke Kerk aan de Breedstraat vanaf 1978 de pastorale zorg verrichtte, tot priester gewijd door monseigneur Teunis Johannes Horstman. Deze was sinds 12 december 1987 gewijd tot bisschop van Haarlem en als zodanig, zolang er geen priester was aangesteld, de verantwoordelijke pastoor van de oud-katholieke parochie van Enkhuizen.
| 1994 |
Op 1 oktober van dat jaar wordt Hendrik Albert Schoon geïnstalleerd als pastoor van de Oud-Katholieke Parochie aan de Breedstraat.
Na een periode van dertien jaar keert de pastorale verantwoordelijkheid voor de parochie, die al die tijd in handen was van de bisschoppen van Haarlem, weer terug in de handen van een priester. Henk Schoon is getrouwd met de predikant van de Hervormde Gemeente van Enkhuizen, Idelette Otten. In 1995 betrekken ze de oud-katholieke pastorie aan de Breedstraat.
| 1998 |
Een groep van bijna veertig leden die de Katholiek-Apostolische Kerk aan de Vijzelstraat heeft verlaten vindt na een half jaar een nieuw geestelijk onderdak in de Oud-Katholieke Kerk aan de Breedstraat. In een dienst tussen Kerst en Oud en Nieuw draagt de heer Piet van der Leek, voorheen apostel binnen de Katholiek-apostolische Kerk, de pastorale zorg over aan parochiepastoor Henk Schoon. Na een proefjaar wordt de groep opgenomen in de gemeenschap van de Oud-Katholieke Kerk.
| 2000 |
Op 6 mei 2000 wordt een 71 centimeter hoog beeld van de heilige Gummarus aangekocht door het Frans Halsmuseum bij veilinghuis Sotheby's te Amsterdam. Het beeld is in 1656 vervaardigd door de Haarlemse zilversmid Pieter Cornelisz. Ebbekin in opdracht van de pastoor van de kerk van de H.Gummarus aan de Breedstraat. Het beeld heeft vanaf dat jaar in de kerk aan de Breedstraat gestaan tot het jaar 1908, toen het verkocht werd om de nieuwbouw van de huidige kerk aan de Breedstraat te kunnen bekostigen.
Pogingen door pastoor Henk Schoon om fondsen te werven voor de terugkoop van het beeld hebben geleid tot een overeenkomst met het Frans Halsmuseum om het beeld in bruikleen te krijgen om het op nader te bepalen dagen in het kerkgebouw te plaatsen, bijvoorbeeld bij de viering van St. Gummarus op of omstreeks 11 oktober of bij de verjaardag van kerkwijding. De daad wordt bij het woord gevoegd wanneer op 15 oktober het beeld door de conservator van het museum, Pieter Biesboer, met speciaal aangepast transport naar Enkhuizen wordt gebracht en door de pastoor op het altaar geplaatst bij de viering van St. Gummarus. In de viering wordt het Gummaruslied dat gemaakt is door de oud-katholieke Enkhuizense koopman en dichter Cornelis Kuiper van der Stam (1771-1837) opnieuw gezongen. Voor het eerst gebeurde dat in de bewerking van Koenraad Ouwens, pastoor van de Oud-Katholieke Parochie van Krommenie.
| 2002 |
Ter gelegenheid van 400 jaar VOC wordt de kerkdienst op 16 juni 2002 in de Zuiderkerk geheel in VOC-stijl gevierd. De dominees van de Hervormde Gemeente, Idelette Otten en Cor Schilder, gaan de dienst voor in 17e eeuwse predikantenkledij. De gemeente zingt oud plechtig psalmengezang.
| 2004 |
Een delegatie van de Oud-Katholieke Parochie van de H.H.Gummarus en Pancratius van de Breedstraat uit Enkhuizen, bestaande uit pastoor Schoon en enkele parochianen, gaat op bedevaart naar Lier, alwaar wordt deelgenomen aan de eucharistieviering, de processie en andere feestelijkheden rondom de viering van 1250 jaar heiligverklaring van Sint Gummarus. Hiermee wordt een aloude traditie opgepakt waarin Enkhuizers de reis maken naar Lier en daar op de viering van Sint Gummarus deelnemen aan de viering en de processie, waar men het recht heeft om de schrijn met de relieken van de heilige mee te helpen dragen.
| 2006 |
Het hele jaar door viert de stad Enkhuizen met allerlei feestelijke activiteiten dat zij 650 jaar geleden stadsrechten kreeg. De Raad van Kerken sluit bij de feestelijkheden aan met eigen activiteiten, die gehouden worden in de eerste week van september in verschillende kerken, waaronder vespers, een samenzangavond en tentoonstellingen. Het boekje 'Schatten van Kerken' met bijdragen van leden van verschillende kerken in Enkhuizen, een uitgave van de Raad van Kerken Enkhuizen, wordt in deze week gepresenteerd. Het boekje bevat gebeden, gedichten en andere geestelijke pennevruchten en wordt in ruime mate verspreid onder de inwoners van Enkhuizen, en de gasten die in deze week de kerken bezoeken. Onder de gasten is ook een delegatie van de broederschap en de parochie van St.Gummarus uit Lier, waaronder pastoor Jan Verheyen. De delegatie wordt op een zaterdag in september in de St.Gummarus- of Westerkerk ontvangen door het bestuur van de Stichting Westerkerk en burgemeester Jan Baas. Na een gesprek over het belang van het onderhouden van de eeuwenoude contacten tussen de steden Enkhuizen en Lier wordt een rondleiding gegeven door de Westerkerk. Diezelfde avond maakt de delegatie een oecumenische vesper mee in de Zuiderkerk en de volgende morgen een eucharistieviering in de Oud-Katholieke Kerk aan de Breedstraat. Na de dienst komen de aanwezigen naar voren om in de nabijheid van de relikwie van Sint-Gummarus eer te brengen in gedachtenis aan deze heilige belijder en om de band omgelegd te krijgen, waarmee deze heilige het wonder verrichtte van de boom, tot heling van breuken.
| 2006 |
Het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw van de Rooms-Katholieke Parochie van de H.Franciscus Xaverius is aanleiding voor een feestelijke dienst op 10 december en de verschijning van het boek 'Gebouwd op schouders van het voorgeslacht' over 400 jaar geschiedenis van de Franciscus Xaverius gemeenschap. Het boek is geschreven door Jaap Braakman en is een uitgave van de Vereniging Oud Enkhuizen. Bij de feestelijkheden wordt een processie gehouden, waarbij het boek in een visnet wordt meegedragen als herinnering aan het vroegere gebruik om met een dergelijke processie een goede visvangst af te smeken.
| 2008 |
Van half juli tot half augustus wordt in de Westerkerk een tentoonstelling gehouden 'Oud-Katholieken in Enkhuizen door de eeuwen heen' over het geloofsleven van rooms-katholieken vanaf de reformatie in Enkhuizen. De tentoonstelling beperkt zich vanaf de 17e eeuw tot die groep van rooms-katholieken in Enkhuizen, die in de 18e eeuw onafhankelijk worden van Rome en vanaf de 19e eeuw oud-katholieken worden genoemd. Op de tentoonstelling zijn pauselijke brieven te zien uit de 17e eeuw die een oud-katholieke parochiekerk aanwijzen als plaats voor gedachtenis van overledenen en die kwijtschelding van zonden toestaan aan gelovigen rond het jaarlijkse feest van St. Gummarus. Ook wordt op de tentoonstelling duidelijk gemaakt dat in de 17e eeuw er sprake is van het ontstaan van een georganiseerd parochieleven, waardoor er een einde komt aan jaren van zielzorg in het verborgene. In plaats van diensten bij mensen thuis komt er een vaste locatie, vaak een pakhuis (Breedstraat) of een boerenschuur (Westeinde), om kerkdiensten daarin te houden. Zogenaamde klopjes of geestelijke maagden vormen een verbindende schakel tussen mensen om hen bijeen te houden en assisteren de pastoor in allerlei taken van het parochiewerk.
| 2008 |
Op 31 oktober vindt ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan van de Raad van Kerken Enkhuizen in de Zuiderkerk een bijeenkomst plaats met leden en oud-leden van de Raad. Onder de gasten is Klaas van der Kamp, de secretaris van de landelijke Raad van Kerken, die de aanwezigen toespreekt. Namens de Raad houdt pater Peter Peelen sj. een toespraak over de oecumene in Enkhuizen. De voorzitter van de Raad, pastoor Henk Schoon, overhandigt aan de burgemeester Jan Baas een jubileumuitgave van de Raad met daarin een artikel van de hand van em.predikant Cor Schilder over 40 jaar Raad van Kerken Enkhuizen en zijn betekenis voor de kerken en de samenleving van Enkhuizen.
| 2008 |
In de Zuiderkerk vindt op 7 november de presentatie plaats van 'Buiten de Vesting', een 'Naardense' vertaling van alle deuterocanonieke en vele apocrieve bijbelboeken, vertaald door Pieter Oussoren en Renate Dekker. In deze uitgave zijn foto's opgenomen van de gewelfschilderingen van de St.Pancras- of Zuiderkerk.
| 2008 |
Op zaterdag 29 november 2008 wordt in de Zuiderkerk een kerkdienst gehouden ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van het oud-katholieke kerkgebouw aan de Breedstraat. Voorgangers in de dienst zijn bisschop Dirk Jan Schoon, priester Henk Schoon, diaken Pim Rijnders en lector Dick Schekkerman. Voorafgaande aan de dienst wordt een processie gehouden van de Oud-Katholieke Kerk naar de Zuiderkerk door de oud-katholieke geestelijken van het bisdom Haarlem. Onderdeel van de processie zijn ook de voorgangers van kerken die lid zijn van de Raad van Kerken Enkhuizen, zeven leden van de Broederschap St.Gummarus en pastoor Jan Verheyen van de Rooms-Katholieke Parochie van St.Gummarus uit Lier in België, die een reliek van St.Gummarus, afkomstig van Lier, met zich meedraagt.
Na de dienst en de processie terug wordt tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Oud-Katholieke Kerk dit boekje 'Enchusana, een Chronijksken' overhandigd aan Ton van Schaik, kerkhistoricus.
Ook is aan de kerkgangers in de Zuiderkerk en aan de bezoekers van de bijeenkomst in de Oud-Katholieke Kerk het boekje 'Een historische wandeling door Oud-Enkhuizen - Mystificaties van een Mysterie' uitgereikt. Het boekje is geschreven door een oud-katholiek die op ludieke wijze de stad Enkhuizen en haar inwoners beschrijft.
Op de volgende dag, in de viering van de eerste zondag van de Advent, wordt in het kerkgebouw een gedachtenisboek in gebruik genomen met daarin de namen van overleden parochianen van de drie oud-katholieke parochies die er vanaf 1630 in Enkhuizen zijn geweest: de huidige parochie aan de Breedstraat, die aan het Venedie, en die aan het Westeinde. Het gedachtenisboek zal bijdragen aan het historisch besef van de bezoekers van de kerk aan de Breedstraat. Eveneens zal het opengeslagen boek strekken tot de gedachtenis en het gebed voor hen, van wie de namen en het jaar en de dag van hun overlijden in het boek opgeschreven staan.
Zie voor een hanteerbare uitgave de daarvoor opgemaakte pagina: JUBILEUMBOEK