De eigen roeping van de Oud-Katholieke kerk
Temidden van de vele kerkgemeenschappen,
met hun veelkleurigheid en eigenheid is ook de Oud-Katholieke Kerk uit
overtuiging de weg gegaan van de vernieuwing van het geestelijk en kerkelijk
leven. Daarbij baseert zij zich op de vroegchristelijke kerk, wat tot
uitdrukking komt in de naam 'oud-katholiek'. Deze naam kan de schijn
wekken dat verwezen wordt naar een conservatieve opvatting in geloofszaken
of dat er een afkeer uit spreekt van het huidige levensgevoel.
1723 en daarna ...
De werkelijkheid is echter geheel anders.
Nadat in 1723 groepen gelovigen met hun bisschop en een deel van de priesters
onafhankelijk waren geworden van de zetel van Rome, hebben de Oud-Katholieken
tal van vernieuwende elementen kunnen invoeren. Het beroep dat ze daarbij
deden op de ongedeelde kerk van de eerste tien eeuwen, heeft veel gevolgen
gehad voor het kerkelijk leven. Geleidelijk nam de Oud-Katholieke kerk
afstand van de ontwikkelingen binnen de Rooms-Katholieke kerk, die zij
in geweten moest afwijzen.
Een bisschoppelijk-synodale structuur.
De Oud-Katholieke kerk kent een bisschoppelijk-synodale structuur en
vormt een gemeenschap, waarin ambtsdragers en gemeenteleden gelijke rechten
hebben. Mannen en vrouwen zijn voluit betrokken bij vormen van bestuur,
bij allerlei werk dat gedaan wordt vanwege de kerk, bij de verkiezing
van bisschoppen en de aanstelling van priesters en diakenen.
De parochies zenden afgevaardigden naar de synode en het bestuur van
de kerk is collegiaal en bestaat naast de bisschoppen uit een aantal
voorgedragen en gekozen gemeenteleden en geestelijken.
Celibaat, positie van de vrouw.
De kerk kent geen verplicht priestercelibaat, dus ze staat haar geestelijken
toe een huwelijk aan te gaan.
Over het openstellen van het ambt voor de vrouw wordt in de Oud-Katholieke
kerken, die zich onderling hebben verbonden in de Unie van Utrecht, verschillend
gedacht.
In de West-Europese kerken, waaronder die van Nederland, is het ambt
van diaken en van priester sinds enkele jaren opgesteld voor mannen én
vrouwen.
De Oud-Katholieke kerk legt de nadruk op de kern van het geloven en
wil de organisatie en het rechtsleven van de kerk eenvoudig houden.
Niet alles is vastgelegd of geboden. Nadruk ligt op het samen-zijn en
samen-doen, wat overeenstemt met de geest van het evangelie.
Respect voor de vroege kerk,
trouw zijn aan het katholieke erfgoed, de
Bijbel Gods Woord.
Het verwijzen naar de vroege kerk betekent dat de kerk trouw wil zijn
aan het katholieke erfgoed, aan de bijbel als het woord van God en aan
de traditie als levende geloofsschat, die wordt doorgegeven aan de volgende
generaties. Wat dit laatste betreft gelden vooral de oecumenische concilies,
gehouden in de tijd toen de kerk nog ongedeeld was. Zo zijn de oecumenische
geloofsuitspraken van Nicea-Constantinopel (concilies gehouden in 325
en 381) de norm van het kerkelijk belijden. Met de apostolische geloofsbelijdenis
hebben deze een vaste plaats in de liturgie verworven.
De Oud-Katholieke kerk kent daarnaast nauwelijks of geen eigen belijdenisgeschriften
met een bindend karakter daar ze de volle nadruk legt op het geloof van
de éne heilige katholieke en apostolische Kerk.
= top =
Oecumene
De verplichting tot oecumene, zoeken naar wat verbindt en samenbrengt.
O ndanks alle waardering voor het eigen kerkelijk leven en het verlangen
om zelfstandig te kunnen voortbestaan, erkennen oud-katholieken de verplichting
tot oecumene. De bisschoppenverklaring
van 1889 vermeldde reeds een oproep om te zoeken naar wat verbindt
en samenbrengt en alles te vermijden wat onnodig scheiding teweegbrengt.
De woorden van de bijbel en de leeruitspraken van de kerk vragen in
elke tijd een nieuwe uitleg om verstaan te kunnen worden door mensen
die leven in steeds wisselende situaties. De kerk blijft daarom steeds
zoeken naar nieuwe woorden en eigentijdse symbolen om de boodschap van
het evangelie te verkondigen in de moderne samenleving.
Kort samengevat is het uitgangspunt bij dit alles:
In het noodzakelijke eenheid,
in het bijkomstige vrijheid,
in alles de liefde.
Bron: Opgewekt Geloven - brochure