
|
|
In het voorjaar van 2006 fietsten Pastoor Henk Schoon en de parochiaan Jaap Zalm het eerste deel van de 3000 km pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. De route liep van Enkhuizen, via Maastricht over de oostelijke Ardennen, Vezelay tot aan Montignac waar ze eindigden.
Op 12 mei 2008 begonnen ze vanaf Montignac aan de tweede etappe. Evenals de eerste etape waren de omstandigheden van deze tocht niet optimaal te noemen (veel regen en materiaalpech).
Op woensdag 28 mei werd Santiago de la Compostela bereikt en vrijdag 30 mei arriveerden ze per trein in Enkhuizen.

weer terug in Enkhuizen - samen gepelgrimeerd
![]()
Het Noord-Hollands dagblad (Enkhuizer Courant) gaf ook aandacht aan deze pelgrimage.
Klik op balk voor de verslagen.
Dat de pelgrimage een oude vorm is om boete te doen was mij bekend. Maar vóórdat ik samen met mijn fietsmaat vertrok vroeg ik me af: ik heb naar mijn weten geen misdrijf gepleegd. En wat voor boete is het om drie weken te mogen fietsen naar Santiago de Compostella? Als je het zo zegt lijkt het wel een vakantie.
Verbaasd was ik over het aantal reacties van mensen, die zeiden dat ze ook graag deze pelgrimstocht zouden maken. Sommigen hadden al plannen gemaakt. Anderen stonden al klaar om te vertrekken. Sommigen gingen per fiets, anderen gingen lopend.
Voorafgaande aan de tocht had ik weinig tot geen voorbereidingen getroffen. Je bereid je voor op wat je kunt verwachten. Maar wat je kunt verwachten weet je niet. De reis zou het me leren. Dit doet me denken aan gebeurtenissen die indruk op je maken. Soms is daar een gesprek bij met iemand die je zomaar ontmoet. Het enige dat telt is zijn verhaal dat hij jou te vertellen heeft. En vertel jij maar jouw verhaal.
Als zeventienjarige ben ik ooit met een vriend gelift naar Zuid-Frankrijk. Ik had nog nooit van de bedevaartplaats Lourdes gehoord. Mijn rooms-katholieke vriend had zijn tante beloofd om water voor haar mee te nemen uit de bron in de grot van die plaats. We liepen aan de Franse kant van de Pyreneeën naar Lourdes. Ik kan me nog de weg daarnaar toe herinneren. Zonder beeld van wat ik kon verwachten werden mijn gedachten gestuurd door het pad, het licht dat daarop scheen, de heuvels en de huizen. De stad maakt zich pas bekend, als je er binnentrekt. En niet eerder.
Vóór ons vertrek brachten de lezingen van de Veertigdagentijd mij ertoe om in de kerkdienst iets te vertellen over reizen of over boete doen. De weg die de pelgrim gaat is de reis naar binnen, de weg van de inkeer. En dat boete doen niet gezien moet worden als een boete zoals je die krijgt als je bijvoorbeeld te hard hebt gereden, maar als 'herstellen', zoals een visser de netten 'boet'.
Gaandeweg lette ik meer op de weg en de omgeving. Daardoor werd mij duidelijk dat de weg méér is dan de weg naar het einddoel. De weg zelf is het doel. Christenen zijn ook wel genoemd mensen van 'de weg'. En Christus zelf is de weg. Wij mensen zijn allemaal opzoek naar iets of onderweg ergens heen. En we vergissen ons lelijk wanneer we denken dat alleen het bereiken van het einddoel, liefst zo snel mogelijk, van betekenis is. Eigenlijk zou je de weg zo langzaam mogelijk moeten gaan. Om meer te zien, meer te ontdekken.
Onderweg las ik bij een fresco van een pelgrim het volgende gedicht:
"Voor mij zijn de enige reizen,
die gaan over paden die een hart hebben,
alle paden hebben een hart.
Het is daarop dat ik reis, en de enige uitdaging die ik heb
is om die helemaal tot het eind toe te gaan,
en ik ga vooruit door ademloos om mij heen te kijken."
Don Juan Matus
Na dagen van regen en hagel werden we in de Ardennen getrakteerd op een middag sneeuw. De temperatuur daalde snel tot het vriespunt. Bij aankomst in de plaats Bastogne werden we door een filmploeg van RTL TV1 gevraagd of wij het leuk vonden om door de sneeuw te fietsen. Mijn vriend vertelde dat we pelgrims waren en moed en vertrouwen hadden in onze onderneming. En dat onze zorg vooral hieruit bestond dat wij een slaapplaats zouden vinden voor de nacht.
Op je reis neem je zo weinig mogelijk mee. En zelfs dát is nog veel te veel! Maar onderweg blijkt dat niet de bepakking aan je fiets het zwaarste weegt, maar die in je hoofd. Ineens blijkt hoe groot de lading is aan indrukken en zorgen die een mens met zich meesjouwt.
Tijdens de tocht las ik een boek van iemand die deze tocht ook had gedaan. Daarin beschreef de pelgrim hoe die leerde om in gesprek te gaan met datgene wat je dwars zit, en zelfs om het af en toe op te roepen. Want soms zit er in datgene wat steeds in je gedachten als een plaaggeest terugkeert iets wat je kan gebruiken om verder te komen op je weg.
Door weg te gaan van huis, van je gebruikelijke doen en laten, ontstond een gevoel van gemis. Plotseling werd mij duidelijk hoe belangrijk mensen voor me zijn, zowel in het gezin, de familie als in de kerk. En ik ontdekte ik dat ik veel meer gebonden ben aan de mensen in mijn omgeving, dan ik ooit had gedacht. De afstand die je inneemt tot de naaste maakt dat je vervuld raakt met een gevoel van liefde en dankbaarheid. Dit gevoel werd versterkt door de mensen onderweg die je groeten met een gebaar van vrede.
Dit heeft mij doen inzien dat boete doen niet iets is om te doen voor wat je hebt misdaan. Maar dat boete doen te maken heeft met de terugkeer van goedheid, dankbaarheid en liefde. Dat is het her-stel van de pelgrim.
De bevestiging hiervan gebeurde in allerlei kerken en kapellen in de plaatsen die op of langs de pelgrimsroute waren gelegen. Daar heerst een sfeer van vrede en goedheid, die zuiverend werkt en de ziel tot rust brengt.
Met een hart vol dankbaarheid zijn we teruggekeerd in het midden van onze gezinnen. En ik dank de parochianen dat u mij en mijn medepelgrim Jaap met uw liefdevolle zegen, uw gebeden en gedachten hebt vergezeld op onze tocht. We zullen omgekeerd uitdelen van de dankbaarheid die wij de afgelopen weken in ruime mate hebben opgedaan.
Pastoor Schoon
Bron: Nieuwsbrief, Juni – September 2006
Zoals hoort bij een pelgrimstocht moet het ook een beetje tegenzitten. Twee jaar geleden was dat de sneeuw en de regen, de kou en de wind, de moeilijkheid om een slaapplaats te vinden. Nu is er vooral de regen, die Spanje blijkt aan te doen, net op het moment dat wij daar zijn. Het zal wel een bedoeling hebben. Veel pelgrims van landen als Nederland, Duitsland, Zwitserland, Australie komen we tegen. Ze zijn al maanden onderweg - te voet! - wat toch echt een prestatie is. Onderweg slapen velen in een refugio, of herberg, die speciaal voor pelgrims eten en een slaapplaats biedt. Maar ik heb het ook wel meegemaakt dat pelgrims werden geweigerd omdat de herberg vol was. Waar ken ik dat van? Meestal slaapt men dan in een kerk, wat geen pretje blijkt te zijn.
Twee jaar geleden wist ik niet waar ik aan begonnen was. Alleen dat er een reisdoel was dat Santiago heet. Na een indrukwekkende dienst in Vezelay, de prachtige kerkgebouwen, zoals die van Eunate in Noord Spanje, de gesprekken met pelgrims, maar ook de confrontatie met je eigen gedachten, die al pedalend je parten beginnen te spelen, ben ik tot de ontdekking gekomen dat het bij dit alles gaat om weer tot leven te wekken wat er in de mens leeft.
De uiterlijke ontberingen lijken hun tegenhanger te hebben in de vriendelijkheid van de moegelopen pelgrims, de bereidheid om het weinige drinkwater met een ander te delen, elkaar moed in te spreken. Anders dan twee jaar geleden, bij de eerste helft van de pelgrimsreis is er in mij nu een grote rust. En ik heb gemerkt dat in me het licht is teruggekeerd van het geloof, dat ik nu sterker ervaar dan twee jaar geleden. In de eerste helft van de reis twee jaar geleden was ik meer bezig om het bestaande leven te overdenken. Ik heb mijn reisdoel dus eigenlijk nu al gevonden. Alles wat nu nog komt is meegenomen.
Toen ik weg ging werd door iemand van de OKKN tegen mij gezegd: leuk om zo te fietsen in de tijd van je baas. Iemand op de pelgrimsreis zei tegen me: pelgrimeren hoort bij je werk. Dat geloof ik ook. Het hoort in het rijtje thuis van retraites en sabbaticals. Het is tijd die de ´baas´ gunt aan zijn ´werknemers´ om - na alles goed geregeld - te hebben de oude weg te gaan van christenen van boetedoening, van revitalisering van het geloof. Een aantal pastoors heeft mij gezegd dat ze ook dit verlangen hebben om dit te doen. Naast het vasten, dat ik drie jaar geleden heb ontdekt als een goede regel van integratie van het geloof in het dagelijkse leven, alleen of met het gezin, zou ik het pelgrimeren aan een ieder willen aanraden, alleen of met een maat, een pelgrimsbroeder of -zuster. Gelukkig heb ik in onze kerk, in het gezin en in mijn vriendenkring veel begrip en aanmoedigingen ontvangen die mij de indruk geven dat er een basis is voor de herinvoering van dit oude christelijke gebruik in onze kerk.
Tot zover mijn berichtgeving uit Burgos, Noord-Spanje. Verder gaat de camino de Santago! Ik verwacht daar met Jaap ongeveer over vijf dagen aan te komen.
Henk Schoon
Amersfoort, Bisschoppelijk Bureau, 22 mei 2008
Het is een zware reis geweest, met twee weken van regen, harde tegenwind, kleren en schoenen die niet wilden drogen, moeite om een geschikte slaapplaats te vinden, spaken die braken, een lekke band, anderhalve week buikloop. De meeste pelgrims aten en sliepen in herbergen of hotels. Wij niet. We hebben zo lang mogelijk volgehouden om onze tent, etenswaren en kookspullen op de fiets met ons mee te nemen, berg op, berg af. Totdat het niet langer ging, en we onze slaapzak bijna uitdreven. De laatste drie dagen hebben we doorgebracht in een hotel.
Na een lange klim waren we aangekomen op een top van een berg in Noord-Spanje. Daar stond een kapel, waar een bijbel lag. We hebben samen psalm 121 gelezen. Elk woord daarvan was werkelijkheid. Ook zijn er inzichten ontstaan over de eucharistie. Met name de dimensie die het onderweg-zijn als pelgrim heeft voor de beleving van de eucharistieviering. Voor mijzelf sprekend: de eucharistieviering op zondagmorgen in de kathedraal van Leon was een hoogtepunt. Juist als je een lange weg hebt afgelegd, verwijderd bent van wat je hebt achtergelaten, geplaagd bent door tegenslagen, die je hebt doorstaan, enigszins riekend het godshuis binnenstapt, en daar in de gemeenschap een warm welkom ontvangt, de vredegroet en de eucharistische gave, wordt de essentie zichtbaar van vrede onder mensen die hun weg gaan op aarde.
In de tent las ik elke keer een stukje uit het boekje van een onbekende schrijver uit de veertiende eeuw ' de wolk van niet-weten', over verschillende fasen in een mensenleven, de animale, zintuigelijke fase (materieel), de sociale fase (gezin en gemeenschap) en de fase van eenzaamheid. Nu ik ben teruggekeerd heb ik enige dagen moeite gehad om me weer in te passen in de orde en regelmaat van het gezinsleven. Even dacht ik: zou ik voor eeuwig in de fase van eenzaamheid zijn beland en niet meer terugkunnen? Ik dacht toen terug aan de muur van een gebouw naast de kathedraal in Astorga, waar een raam is met tralies. Een verhaal vertelt dat in het verleden een vrouw zich had laten inmetselen. Zij leefde van wat de voorbijgangers haar aan voedsel door het raam aanreikten. Na terugkomst stelde de plaatselijke fietsenmaker van Enkhuizen voor dat achter in de tuin van de pastorie een kluizenaarswoning zou worden gebouwd met een raam uitkijkend op de Zuiderhavendijk, waardoor de voorbijgangers mij eten kunnen aanreiken.
Zo ver zal het niet komen. Voordat ik het weet ben ik ingewerkt in gezin en in kerk. Maar het zet je wel aan het denken. En ergens, diep van binnen, zit die eenzame zwerver, die pelgrim te broeden op een volgende kans voor boetedoening in eenzaamheid en een versterking van het geloof.
De aankomst in Santiagio viel tegen. De slagregens waren niet de reden. Maar de stroom toeristen die de stad bevolken. En masse klimmen ze achter het altaar een trap op om het beeld van H.Jakobus willen aanraken. Ben ik daar te oud-katholiek voor? Ik kon me daar niet toe overgeven. Stilletjes daalde ik de trap af naar de crypte onder de kathedraal, waar de relieken van Jakobus liggen. Daarna vond ik gelegenheid voor een kort gebed in stilte in een ruimte, waar geen toeristen mochten komen, en waar het allerheiligste sacrament was uitgestald. Nog even nam ik nota van het immense wierookvat die in de kerk hing. Ik hoorde van iemand: voor 300 euro kun je die laten zwaaien. Of je kunt wachten op de dienst om 12.00 uur de volgende dag. De slechte treinverbinding in het week-end liet echter niet toe dat we hier nog langer bleven. En we reisden op vrijdagmorgen vroeg terug naar huis.
Er zijn nog meer indrukken van belevenissen en gesprekken onderweg met pelgrims. Het moet nog een plek krijgen. Inmiddels zijn mijn ogen geopend voor de relatie pelgrimeren-liturgie (eucharistie). Hierover heb ik na terugkomst in Enkhuizen twee boeken ontdekt, die juist op dit punt inhaken. Een nieuwe voor mij interessant gegeven, dat vraagt om meer bezinning, waar ik me de komende tijd nog aan zal wagen.
Dank voor de steun en morele support we ontvingen. Het heeft geholpen om door te gaan ondanks alle tegenslagen.
Henk Schoon
Amersfoort, Bisschoppelijk Bureau, 4 juni 2008.
Foto's vertrek Enkhuizen, viering met zegen, vertrek tweede etappe vanuit Montigac en aankomst per trein.