
|
|
De kerk kent twee bisdommen: Utrecht en Haarlem. De bisschoppen delen hun bestuursbevoegdheid met een vertegenwoordiging van geestelijken en leken in het zogeheten Collegiaal Bestuur.
Daarnaast bestaat de Synode, waarin vertegenwoordigers van parochies en van de geestelijken zitting hebben, en die in de loop der jaren steeds meer beslissende bevoegdheden heeft gekregen.
De manier waarop de bisschop van Haarlem in april 2008 werd gekozen geeft goed weer in hoeverre hun door de parochies gekozen en afgevaardigde synodaal vertegenwoordigers invloed hebben op de verkiezing van de bisschop van hun diocees.
![]()
Na een bisschopsverkiezing merkte een rooms-katholiek op: wat goed
dat jullie een democratische kerk zijn.
Dat is aardig bedoeld, maar
ik moest dat toch een beetje corrigeren. Immers eigen bisschoppen kiezen
betekent nog niet dat de meerderheid van het kerkvolk het voor het
zeggen heeft, alsof bisschoppen en priesters temidden van de andere
kerkleden geen eigen verantwoordelijkheid hebben.
De synode waarin allen samenkomen om zich over het beleid te beraden is
dan ook geen parlement, al zijn de verantwoordelijke bestuurders daar te
ondervragen door de synodalen en kunnen deze laatsten via het in stemming
brengen van voorstellen en moties hun visie en adviezen kenbaar maken.
Zelfs de jaarlijkse begroting van de landelijke kerk is thans aan de goedkeuring
der synode onderworpen.
Democratische elementen zijn ons inderdaad niet vreemd in ons kerkelijk bestuur en in die zin wordt het mijns inziens tijd om - zoals eerder betoogd - leken in de synode hun eigen vertegenwoordigers in de kiescolleges van de bisdommen te laten kiezen in plaats van hun huidige benoeming na selectie door het Collegiaal Bestuur.
Je kunt ook zeggen: het gaat in de kerk om meer dan democratie, want
zij is geen door mensen georganiseerd instituut maar een door God samengeroepen
gemeenschap. Zo'n verheven uitspraak kan evenwel misbruikt worden om
het debat uit de weg te gaan of leken monddood te maken.
Synode betekent woordelijk: samen de weg gaan. Het is een samen optrekken
van meerderheden en minderheden, van mensen met visioenen en aarzelende
zoekers, van financieel sterken en minder draagkrachtigen, ieder met
haar of zijn gaven gestalte gevend aan de saamhorigheid der diverse geledingen.
Zulk een samen-kerk-zijn had het recente internationale congres in Praag
voor ogen toen in een resolutie uitgesproken werd dat de bisschoppelijk-synodale structuur
(een woord dat mijn P.C. nog moest leren) kenmerkend moet blijven voor
het oud-katholicisme in deze tijd.
Uit de tekst wordt overigens duidelijk dat dan niet kan worden volstaan met er op te wijzen dat wij een synode hebben die jaarlijks bijeen komt. Het gaat immers om een synodale omgang met elkaar op alle niveaus en in alle geledingen, landelijk en internationaal, in bisdom, regio en parochie.
Kardinaal Simonis hoorde ik tijdens de parlementsverkiezingen
voor de radio zeggen: gelukkig worden bij ons de bisschoppen niet gekozen;
dat geeft alleen maar narigheid.
En toen bisschop Muyskens het 150 jaar van het bisdom Breda wilde gaan
vieren met een bisdom-synode werd hem te verstaan gegeven dat hij dat
woord maar beter niet in de mond kon nemen. De kardinaal vergat dat het
droppen van bisschoppen vanuit het Vaticaan in diverse bisdommen ook
nog al wat narigheid heeft opgeleverd, zozeer zelfs dat enkele benoemde
bisschoppen het hazenpad moesten kiezen.
Laten wij overigens toegeven dat bisschopsverkiezingen ook bij ons niet
steeds gladjes verlopen, zoals blijkt uit het feit dat in heden en verleden
de rechtmatigheid van een keuze door anderen werd aangevochten, terwijl
de synode van de Pools Nationale Katholieke Kerk in Amerika vier jaar
geleden geen bisschop kon kiezen omdat geen der kandidaten de vereiste
twee-derde meerderheid van de stemmen haalde. Maar gaat het zoveel anders
als er een paus gekozen moet worden?
Synodaliteit is niet een begrip dat alle spanningen bij toverslag opheft.
Niet elk beraad leidt tot eenduidige uitspraken, zoals we ons wellicht
herinneren van het debat rondom de plaatsing van kruisraketten of het
beraad en de stemming over de ambtswijding voor vrouwen.
De synodale weg vraagt om met het geduld van de liefde en het uithoudingsvermogen
van het geloof met elkaar in debat gaan, en aandachtig met elkaar te
spreken zonder met elkaar te breken.
Er zijn protestanten die menen dat die uitdrukking "bisschoppelijk-synodaal" een
innerlijke tegenstrijdigheid bevat; het is of het een of het ander,
zeggen zij.
Aan ons de opdracht om gaandeweg in deze eeuw opnieuw duidelijk te
maken dat bisschoppen er juist zijn om kerken op die synodale weg te
leiden en voor te gaan.
A.J. Glazemaker (emeritus aarts-bisschop van Utrecht)
Bron: "De Oud-Katholiek" - jaargang 118, november 2002; nr. 2772.